Kaderbrief 2021-2025

Voorwoord

Deze kaderbrief komt uit op een moment dat we weer perspectief zien: elke dag krijgen honderden Leidenaren een vaccin tegen corona. Wekelijks worden honderdduizenden mensen in Nederland gevaccineerd. En hetzelfde geldt voor miljoenen andere Europeanen. De drukte op intensive care-afdelingen van ziekenhuizen neemt af. En dat heeft grote betekenis. Coronabeperkingen kunnen steeds meer worden opgeheven. Middelbare scholen ontvangen weer elke dag alle leerlingen in de klas. Studenten kunnen weer naar college. We kunnen thuis weer meer vrienden en familie verwelkomen. De horeca kan steeds meer gasten ontvangen. De cultuursector is aan het heropenen. En daar hebben we met z’n allen lang naar uitgekeken.

In hoog tempo verschuift ons perspectief van "omgaan met corona" naar "herstel na corona". Vele Leidenaren hebben zich ervoor ingezet dat we samen de coronaperiode goed doorkwamen. Nu zetten we erop in dat we samen sterker terugveren uit de coronacrisis.

In deze inleiding op de kaderbrief gaan we dieper in het op het perspectief op herstel. Met investeringen in duurzame verstedelijking blijven we bijdragen aan de brede welvaart van huidige en toekomstige generaties. We houden vast aan ons beleid voor het sociaal domein (inclusief het financiële "hek"). Dat beleid biedt een vangnet voor wie dat nodig heeft, en het ‘hek’ draagt eraan bij dat we voorzieningen buiten het sociaal domein, zoals cultuur- en sportvoorzieningen en groenonderhoud, op niveau in stand kunnen houden. Verder gaan we uiterst terughoudend om met nieuw beleid – inmiddels een goede Leidse gewoonte voor in de laatste kaderbrief voor een verkiezingsjaar.

Tijdens de samenstelling van deze kaderbrief hadden we te maken met een belangrijk onzekere factor: de hoogte van extra tegemoetkomingen en bijdragen die gemeenten gaan ontvangen van de rijksoverheid. Een arbitragecommissie stelde gemeenten in het gelijk en concludeerde dat er in de jeugdzorg komende jaren miljarden bij moeten. Inmiddels weten we dat het kabinet voor 2022 1,3 miljard euro extra beschikbaar stelt, boven op de 300 miljoen euro die het kabinet al eerder had uitgetrokken. Deze beslissing is genomen nadat het college deze kaderbrief opstelde; daarom is dit extra bedrag hierin nog niet meegenomen. Een nieuw kabinet moet uitsluitsel geven over een oplossing voor na 2022. Ook andere financiële besluiten (herziening gemeentefonds, afschaffing opschalingskorting) worden doorgeschoven naar het volgende kabinet.

Een extra complicatie voor Leiden is dat ons inwonertal afgelopen jaar met circa 1000 is afgenomen, terwijl we in de vorige kaderbrief nog uitgingen van een toename van 2000 inwoners. Hierdoor daalt direct onze uitkering uit het gemeentefonds. De bevolkingsafname komt vooral doordat het aantal internationale studenten en andere "internationals" fors is afgenomen door corona. We verwachten echter dat dit hoofdzakelijk een tijdelijke afname is die zich weer zal herstellen. Ook menen we dat het inwonertal ook vanwege woningbouw verder zal toenemen. In 2023 en 2024 worden enkele duizenden nieuwe woningen opgeleverd.

Ondanks de financiële onzekerheid uit "Den Haag" en de lagere uitkering uit het gemeentefonds is het gelukt in de kaderbrief een sluitende meerjarenbegroting op te nemen, zonder extra bezuinigingen. Juist nu is dat van belang. Iedereen moet kunnen meedelen in het herstel. Ook kunnen we belangrijke investeringen in zaken als woningbouw, verduurzaming en de verschuiving naar schone mobiliteit voortzetten zoals we eerder hadden gepland. Dat is zowel voor de economie als voor de leefbaarheid van de stad van belang. We blijven hiermee werken aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden; een aantrekkelijke stad voor iedereen.

Duurzame verstedelijking

In de afgelopen jaren hebben we veel structureel investeringsgeld vrijgemaakt voor woningbouw, energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, vergroening, biodiversiteit en de overgang naar schone vormen van mobiliteit, via het Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS). Deze kunnen we met deze kaderbrief blijven voortzetten. Hetzelfde geldt voor het Integraal huisvestingsplan Onderwijs. Veel van de investeringen uit het FPDS worden in de jaren 2022 tot en met 2024 opgeleverd. In deze kaderbrief hebben we bovendien budget opgenomen voor de overgang naar emissievrije stadslogistiek in de binnenstad en het Stationsgebied, vanaf 2025.

In deze raadsperiode werken we niet alleen aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden, maar ook aan een stad met meer betaalbare woningen. Zo houden we de stad voor iedereen toegankelijk en leefbaar. Bevolkings- en woningbehoefteprognoses uit de periode 2016-2018 wezen uit dat Leiden tot 2030 behoefte had aan circa 8.500 extra woningen, met een nadruk op sociale huur en het middensegment. Het is onze ambitie dat die woningen er gaan komen. Alleen daarmee kunnen we een betaalbare en toegankelijke stad blijven. We werken daarom aan realisatie van allerlei projecten en gebiedsontwikkelingen in de stad, onder meer langs de Plesmanlaan, de Vondellaan, in het Stationsgebied, langs de Schipholweg, rondom de Willem de Zwijgerlaan, in de Lammenschansdriehoek, langs de Zoeterwoudseweg en in Zuidwest. Met een vernieuwde Omgevingsvisie, die de gemeenteraad na de zomer zal bespreken, kijken we bovendien vooruit naar de verdere ontwikkeling van de stad.

We zien dat de inzet op duurzame verstedelijking dikwijls tot discussie leidt en soms zelfs tot onrust, bijvoorbeeld bij grotere woningbouwprojecten. Voor ons kan dat geen reden zijn om van duurzame verstedelijking af te zien; de realisatie van voldoende en betaalbare woningen is net als de vergroening en verduurzaming van de stad essentieel voor de brede welvaart van huidige en toekomstige bewoners. Tegelijkertijd zijn we ons goed bewust van het feit dat zorgvuldige communicatie en participatie bijdraagt aan duidelijkheid, betrokkenheid en wederzijds begrip.

Een belangrijke ontwikkeling voor onze stad en regio betreft de OV-knoop Leiden Centraal, die we samen met de rijksoverheid en provincie willen ontwikkelen conform de visie "Leiden verbindt". Hiermee verbeteren we niet alleen de verbinding tussen binnenstad en Bio Science Park, we maken ook verdere verstedelijking mogelijk en we ondersteunen hiermee de verschuiving naar duurzame mobiliteit. In het FPDS hebben we geld beschikbaar voor onderzoek met de medeoverheden naar ontwikkeling van de OV-knoop. De komende periode zullen rijk, provincie en gemeente een gezamenlijk besluit moeten nemen over de benodigde investeringen en de financiering daarvan. De komende jaren zullen we voorstellen doen voor het gemeentelijke aandeel daarin.

Behalve aan investeringen blijven we vanzelfsprekend ook aandacht geven aan onderhoud en beheer. We doen geen concessies aan de kwaliteit van de buitenruimte. In de coronaperiode hebben we gezien hoe belangrijk die is. Op een aantal plekken hebben we de budgetten voor onderhoud en beheer structureel verhoogd, zowel voor objecten in de openbare ruimte als voor gemeentelijk vastgoed.

Sociale stad

Juist in deze periode is het belangrijk te blijven investeren in mensen. We willen dat álle Leidenaren meedelen en meedoen in het herstel na corona. Oók de Leidenaren voor wie dat minder vanzelfsprekend is. In deze kaderbrief maken we daarom geld vrij voor de Leidse "inclusieagenda". Deze agenda bevat gerichte maatregelen om uitsluiting, achterstelling en discriminatie tegen te gaan. Deze zijn gericht op de arbeidsmarkt, maar ook op toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte en op gelijke toegang tot onderwijs. Verder benutten we in ons herstelbeleid ons nieuwe social impact team. Dit helpt ons om te prioriteren: we richten de steun op de mensen die het zwaarst door de crisis zijn getroffen. Niet zelden zijn dat kinderen en jongeren die opgroeien in huishoudens met armoede of andere achterstanden. We blijven in onze aanpak daarom ook intensief samenwerken met scholen en andere partijen die bijdragen aan jeugdparticipatie.

Tegelijkertijd willen we dat Leiden over een goed stadsklimaat blijft beschikken, met een breed aanbod aan voorzieningen op het gebied van sport, cultuur, recreatie enzovoort. Zulke voorzieningen horen net zo bij een sociale stad als individuele en collectieve voorzieningen in Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet. Het financiële "hek" rondom het sociaal domein helpt om beide doelen te bereiken.

Aan het begin van deze collegeperiode hebben we een groot bedrag in een reserve voor het sociaal domein apart gezet (circa 15 miljoen euro). Dat was nodig ook. Tekortschietende bijdragen van de rijksoverheid maakten dat deze reserve voortijdig uitgeput was. Ondertussen werkten we door aan uitvoering van een nieuwe visie op het sociaal domein. De "Sterke sociale basis", die sinds juli vorig jaar wordt geboden door Incluzio, Buzz en SOL, vormt hierin het welzijnsfundament.

Door inzet van veel extra middelen en door bijsturing lukt het nog om financieel rond te komen binnen het financiële "hek" rondom het sociaal domein. Gemeenten krijgen onvoldoende budget, terwijl we de kosten van uitvoering van openeinderegelingen niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden. In de meerjarenbegroting hebben we nog steeds een forse taakstelling staan (€ 6,9 miljoen).

Gelukkig is er nu eindelijk zicht op extra bijdragen voor het sociaal domein (in ieder geval voor 2022), dankzij de arbitrage over de jeugdhulp. In afwachting van een structurele oplossing voegen we nu geen extra geld toe aan het sociaal domein. Wel hebben we in de meerjarenbegroting een behoedzaamheidsmarge opgenomen, net als in vorige jaren. In 2025 verhogen we deze met 2,2 miljoen, zodat de omvang overeenkomt met de resterende taakstelling binnen het "hek". Als we in de komende jaren van de rijksoverheid extra geld krijgen voor het sociaal domein, kunnen we daarmee de taakstelling binnen het "hek" verlagen. Mocht de nood aan de man komen, dan biedt de opgenomen behoedzaamheidsmarge soelaas om ongewenste bezuinigingen te voorkomen. We laten niemand vallen, zoals dat een sociale stad betaamt.

Kennis, economie, cultuur en ondernemerschap

We constateerden het al bij de programmabegroting van afgelopen jaar: de pijlers ‘Internationale kennis’ en ‘Historische cultuur’ bieden een sterke uitgangspositie om als stad sterker terug te veren uit deze crisis. De visie ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ geeft richting aan de samenwerking tussen de gemeente en partners, zoals de Universiteit Leiden, andere kennisinstellingen, bedrijven, instellingen en groepen bewoners. De focus op kennis heeft ons veel gebracht; de recente successen met innovaties als de vaccinontwikkeling in Leiden zijn daarvan een sprekend voorbeeld.

Voor ondersteuning van Leidse sectoren die zwaar door corona zijn getroffen, zoals horeca en cultuur, zetten we de lijn voort die we een jaar geleden hebben ingezet. Hier horen maatregelen bij zoals verruiming van terrassen en het faciliteren van een ruimere opzet van de woensdag- en zaterdagmarkt. De verantwoordelijkheid voor financiële ondersteuning van bedrijven en culturele instellingen die te lijden hebben onder de coronacrisis ligt in eerste instantie bij de rijksoverheid. Wel is het soms mogelijk iets extra’s te doen. Het Leids stimuleringsfonds is daarvan een voorbeeld. Met dit in 2020 opgerichte fonds ondersteunen we samen met het bedrijfsleven samenwerkingsinitiatieven van ondernemers die gericht zijn op versterking van de Leidse economie. Ook stellen we voor om in 2021 en 2022 twee maal 350.000 beschikbaar te stellen om culturele instellingen te ondersteunen in hun huisvestingslasten.

De huidige bijzondere omstandigheden (corona, uitblijven van financiële zekerheid vanuit "Den Haag") maken dat we op dit moment in de kaderbrief geen structurele dekking kunnen opnemen voor activiteiten die tijdelijk gefinancierd zijn. Voorbeelden hiervan zijn het programma Leiden Kennisstad, deelname aan Economie071, structurele subsidie voor Leiden Bio Science Park, het gebiedsmanagement voor de ontwikkeling naar een innovatiedistrict LBSP, budget voor uitvoering van woonbeleid, continuering van inzet cultuurcoaches, continuering van het Leids Mediafonds en inzet van het zogenoemde Preventie interventie team. Wanneer de financiële situatie dat toelaat, kunnen we bepalen welke activiteiten alsnog voor financiering in aanmerking komen en welk bedrag we daarvoor uittrekken.

Organisatie en financiën

Afgelopen jaar hebben veel medewerkers van de gemeente zich buitengewoon ingezet om telkens in te spelen op veranderende omstandigheden. In de jaarrekening hebben we daarvoor onze dank uitgesproken. In intensief overleg met betrokkenen in de stad hebben we telkens naar passende oplossingen gezocht voor beperkingen die voortkwamen uit de coronabestrijding.

Ondanks deze grote inzet zijn er ook allerlei activiteiten die in 2020 (nog) geen doorgang kon vinden of die slechts gedeeltelijk uitgevoerd konden worden. In het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening wordt voorgesteld om budgetten met een omvang van € 7,3 miljoen over te hevelen naar 2021, zodat activiteiten dit jaar alsnog uitgevoerd kunnen worden. Het omvat onder meer budgetten voor crisisdienstverlening in de bestrijding van werkloosheid, re-integratie van onder andere jongeren en statushouders, schuldenbeleid, inburgering, re-integratie van jongeren en statushouders, landelijke aanpak dak- en thuislozen, coronasteun cultuursector en internationaal georiënteerd basisonderwijs (IGBO).

Om Leiden goed van dienst te kunnen zijn, hebben we een kwalitatief sterke ambtelijke organisatie nodig, die werkt vanuit de opgaven in de stad en die flexibel en wendbaar kan meebewegen met politieke prioriteiten. Ontwikkeling, onderhoud en beheer van zo een dynamische stad vergt veel van onze organisatie. Voor uitvoering van alle taken is meer ambtelijke capaciteit nodig dan wij nu hebben. In overleg met het directieteam hebben wij besloten te voorzien in 50% van de extra benodigde ambtelijke capaciteit, en om voor de overige 50% onszelf te beperken in beleidsambities. Dit laatste werken we verder uit in aanloop naar de programmabegroting. Dit kan betekenen dat we bepaalde activiteiten uitstellen, met lagere intensiteit uitvoeren of zelfs beëindigen. Dit kan ook gevolgen hebben voor ambities die de raad heeft uitgesproken; daarover gaan wij graag met u in gesprek tijdens de behandeling van de programmabegroting. Daarnaast stellen we extra geld beschikbaar voor capaciteit bij Servicepunt71 om knelpunten in de bedrijfsvoering te verhelpen.

Ook in de komende jaren blijft het belang om wendbaar te blijven en voldoende capaciteit en de juiste competenties in huis te hebben. Dat geldt ook voor nieuwe uitdagingen: we worden verantwoordelijk voor uitvoering van de Omgevingswet (vanaf 1 juli 2022) en voor taken in (inter)nationale duurzaamheidsopgaven zoals de energietransitie. Hiervoor is bekostiging nodig; in de VNG-lobby bij het rijk is dit een belangrijk aandachtspunt.

De vele investeringen van de komende jaren leiden tot een hogere schuldquote in het gemeentelijke huishoudboekje. "Behoedzaam begroten" is hierbij ons devies. In de berekening van jaarlijkse kapitaallasten bij deze investeringen gaan we uit van een rekenrente van 3%. In de praktijk leent de gemeente nu echter tegen een tarief van gemiddeld 0,5%. Dit verschaft ons een buffer die met 2,5% aanzienlijk ruimer is dan bij veel andere steden.

Tot slot,

Wij zijn trots op de ontwikkelingen die Leiden doormaakt, en op de inzet van Leidenaren om elkaar door de zware coronaperiode heen te helpen. We kijken verlangend uit naar het moment waarop we alle beperkende coronamaatregelen achter ons kunnen laten. Ondertussen blijven we met vereende krachten doorwerken aan een mooie toekomst met brede welvaart en welzijn voor al onze inwoners. De meerjarenbegroting in deze kaderbrief vormt daarvoor het financiële fundament. Daarover gaan we graag in gesprek met de gemeenteraad, waarvoor we – hopelijk – weer fysiek bijeen kunnen komen, als opmaat naar een mooie zomer van herstel na corona.