Ga naar boven

Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds

De raming van de algemene uitkering baseren we op de stand van de septembercirculaire 2018. De begroting 2019 is gebaseerd op de meicirculaire 2018. De taakmutaties uit de septembercirculaire 2018 zijn met de decemberwijziging 2018 al verwerkt in de begroting 2019 e.v. De algemene wijzigingen verwerken we nu in de Eerste Bestuursrapportage en de kaderbrief.

Algemene uitkering Kaderbrief 2020-2023 o.b.v. septembercirculaire 2018

Uitgangspunten raming

Ten opzichte van de raming in de begroting 2019 is er geen wijziging in raming van het aantal inwoners.
De raming van het aantal woningen is vanaf 2022 50% van de verwachte woningontwikkeling op basis van de bouwmonitor.

Raming algemene uitkering 2019-2023

-/- = nadeel, bedragen x € 1.000

Jaar

2019

2020

2021

2022

2023

Raming Kaderbrief 2020-2023

262.385

269.518

274.876

281.067

288.628

Raming Decade 2019-2022

263.101

267.551

269.349

270.738

270.738

1. Reservering voor loon- en prijscompensatie

0

4.000

8.100

12.200

16.400

Saldo Kaderbrief 2020-2023 versus begroting 2019

-716

-2.033

-2.573

-1.871

1.490

N

N

N

N

V

De samenstelling van deze mutatie in de ramingen is als volgt:

2. Totaal Hoeveelheidsverschillen

(groei gemeente)

838

1.301

2.355

3.738

5.270

3. Accresontwikkeling, verschil met raming begroting 2019

943

112

-922

-683

1.146

4. Verlaging geraamd overschot BTW-compensatiefonds

-2.497

-3.446

-4.006

-4.927

-4.927

Saldo netto ontwikkeling algemene uitkering

-716

-2.033

-2.573

-1.871

1.490

N

N

N

N

V

1. Reservering voor loon- en prijscompensatie.

Tot 2018 stond in de circulaire een ontwikkeling van de algemene uitkering aangegeven op basis van constante prijzen en lopende prijzen. De rijksbegroting is gebaseerd op een raming in lopende prijzen. d.w.z. inclusief jaarlijkse loon- en prijscompensatie. De gemeentelijke begrotingen worden opgesteld in constante prijzen. De raming in de circulaire op basis van constante prijzen is komen te vervallen m.i.v. 2019. Dat betekent dat we nu de algemene uitkering in lopende prijzen ramen en vervolgens zelf een reservering moeten doen voor het benodigde bedrag aan loon- en prijscompensatie voor de komende jaren. De reservering is gebaseerd op 3,2% loonkostenontwikkeling en 1,5% goederen en diensten. Bij doorrekening van de meicirculaire 2019 kan dit percentage en de gereserveerde bedragen nog wijzigen.

2. Ontwikkeling aantallen van de verdeelmaatstaven.

Door toename van het aantal woningen in Leiden neemt ook het aantal adressen toe.
Ondanks dat de toename van het aantal woningen iets lager is dan geraamd neemt de “omgevingsadressendichtheid (OAD) ” sterk toe. De OAD is voor Leiden een belangrijke verdeelmaatstaf doordat de adressendichtheid in Leiden tot hoogste in Nederland behoort. Na Amsterdam, Den Haag en Rotterdam heeft Leiden de grootste adressendichtheid in Nederland.

Slechts 5 gemeenten profiteren van de drempel in de verdeelmaatstaf van > 3.500 adressen per 0,5 km2. Door deze drempel-maatstaf profiteren wij meer dan gemiddeld van een toename van de adressendichtheid. Dat vertaalt zich nu in een hogere algemene uitkering.

De stijging van de OAD heeft een positieve uitwerking op de hoogte van de algemene uitkering vanaf 2019 t/m 2023.

3. Afname groei gemeentefonds.

In de septembercirculaire 2018 werden we voor 2018 geconfronteerd met een lagere groei van het gemeentefonds (accres) door onderuitputting van budgetten op de rijksbegroting. Op basis van de afspraak dat de het gemeentefonds in gelijke mate meegroeit met de rijksuitgaven daalt ook de uitkering uit he gemeentefonds. Dit was voor 2018 een nadeel van € 3,4 miljoen. In de septembercirculaire was aangegeven dat dit (vooralsnog) geen effect zou hebben op de uitkeringen vanaf 2019. Inmiddels zijn er meerdere indicaties dat ook in 2019 onderuitputting op de rijksbegroting plaatsvindt. Hoeveel is op dit moment niet bekend. Dat zal blijken uit de Voorjaarsnota en de meicirculaire 2019. Minister Hoekstra heeft bij de presentatie van de jaarrekening 2018 van het Rijk wel gezegd dat de onderbesteding van de uitgaven in 2018 en 2019 beschikbaar blijven voor de komende jaren. Verder is het algemene beeld dat sinds de maartcirculaire 2018 waarin een forse groei van het gemeentefonds werd aangekondigd de groei bij de mei- en septembercirculaire steeds lager uitvalt. Daarbij komt dat de algemene uitkering, volgens recente informatie van Min BZK en de provincie Zid-Holland, verder verlaagd wordt door een lager overschot in het BTW-compensatiefonds. (zie volgende alinea)

4. Afname onderuitputting BTW-compensatiefonds.

Jaarlijks declareren gemeenten de betaalde btw op overheidsactiviteiten bij het BTW-compensatiefonds. Het BTW-compensatiefonds wordt gevoed met een onttrekking uit het gemeentefonds. Als gemeenten minder BTW declareren dan begroot dan wordt het overschot teruggestort in het gemeentefonds en uitgekeerd aan de gemeenten. De afgelopen jaren was er sprake van een sterke onderuitputting op het BTW-compensatiefonds, bijna 400 miljoen per jaar. Over 2018 hebben gemeenten echter aanzienlijk meer BTW gedeclareerd dan begroot. Dat betekent dat de algemene uitkering lager wordt. Het ministerie van BZK en Financiën verwachten dat de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds de komende jaren kleiner wordt, daarmee daalt dan direct de algemene uitkering. Het gaat daarbij om forse bedragen.

In de Leidse begroting hebben we rekening gehouden met een uitkering van het overschot in het BTW-compensatiefonds, op basis van eerdere ramingen van het ministerie van Financiën, van:

Bedragen x € 1.000

2019

2020

2021

2022

2023

3.497

4.446

5.006

5.927

5.927

Op basis van de nieuwe berekeningen van de betrokken ministeries wordt er een ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds verwacht van € 105 miljoen.

Het Leids aandeel bedraagt afgerond 1%, dat is dus € 1 miljoen per jaar. Een tegenvaller van € 2,5 miljoen in 2019 oplopend tot 5 miljoen vanaf 2022.

De provincie heeft inmiddels een richtlijn uitgevaardigd dat een hogere raming van het overschot in het BTW-compensatiefonds niet is toegestaan.