Kaderbrief 2021-2025

Loon-, prijs- en ontwikkeling lokale heffingen

5.2.1 Loon- en prijscompensatie 2022

Het indexpercentage voor de begroting 2022 wordt afgeleid van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) dat in maart 2021 is verschenen. Vervolgens bepalen wij de loon- en prijsmutatie voor 2022.

Wij houden rekening met een loonontwikkeling van 3%. Hierin zit een nacalculatie over 2021 van 1%. Deze nacalculatie is nog niet definitief omdat de onderhandelingen over een nieuwe CAO nog lopen.

De index voor goederen en diensten voor 2022 komt voorlopig uit op 1,5%. De jaarlijkse taakstelling t/m 2023 op de indexering van 0,5 miljoen zal hiermee verrekend worden.

Het gewogen gemiddelde van indexering van goederen, diensten en lonen is afgerond 1,7%. Met dit percentage zullen de overige gemeentelijke heffingen en inkomsten aanpassen.

Subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden ook met dit gewogen gemiddelde van1,7% geïndexeerd.

De index is nog niet verwerkt in de bedragen van deze kaderbrief. Dat gebeurt zoals gebruikelijk pas bij de begroting. We verwachten dat de indexering budgetneutraal verwerkt kan worden.

5.2.2 Lokale heffingen

Heffing

Begroting 2021

Begroting 2022

MJB 2023

MJB 2024

MJB 2025

Ozb gebruikers niet-woningen

15.258.846

15.745.537

15.758.412

15.758.412

15.758.412

Ozb eigenaren niet-woningen

16.961.236

17.495.141

17.578.016

17.578.016

17.578.016

Ozb eigenaren woningen

23.855.313

24.620.695

25.126.290

25.689.281

25.689.281

Precariobelasting

8.259.309

759.309

759.309

759.309

759.309

Rioolheffing

8.806.345

10.971.447

11.008.111

11.008.111

11.008.111

Afvalstoffenheffing

16.730.940

18.169.236

18.169.236

18.169.236

18.169.236

Totaal

89.871.989

87.761.365

88.399.374

88.962.365

88.962.365

De opbrengstramingen van de lokale heffingen passen we op dit moment niet aan. Uitzondering hierop is de raming OZB voor nieuwe onderwijsgebouwen. Zie ook de aanmelding in programma 7 Jeugd en onderwijs.

OZB.

De laatste prognoses van de BSGR leveren geen grote verschillen op met de ramingen in de begroting 2021. De meerjarenraming uit de begroting 2021-2024 blijft in stand. waarbij we voorzichtigheidshalve de opbrengstramingen voor 2025 niet verder verhogen. Daarnaast zijn er nog een aantal onzekerheden in de opbrengst OZB niet-woningen door mogelijke aanpassing van de waardering van vastgoed door de coronacrisis. Hierbij gaat het o.a. om medische centra, horeca, sport en cultuur etc.

In het beleidsakkoord 2018-2022 afgesproken dat het tarief voor de OZB voor woningen in 2022 met 1,5% wordt verhoogd bovenop de reguliere indexering.

Precariobelasting

Vanaf 2022 mogen gemeenten geen precario meer heffen op (ondergrondse) energieleidingen. Hierdoor valt de opbrengst van 7,5 miljoen weg in de begroting 2022. Deze daling van de opbrengst was al voorzien in de Meerjarenraming 2019-2022. Op de energie- en waternota leidt het wegvallen van de doorrekening van de precariobelasting tot een gemiddelde daling per huishouden van 80,-.

Afvalstoffen- en rioolheffing.

Ter dekking van het wegvallen van de precariobelasting is in het beleidsakkoord 2018-2022 afgesproken dat de tarieven voor afvalstoffen- en rioolheffing worden verhoogd naar 100% kostendekking. De laatste stap naar 100% kostendekking leidt voor de afvalstoffenheffing tot een verhoging van afgerond 7% en voor de rioolheffing van afgerond 23%. Per huishouden gaat het om een gemiddelde stijging van 50,--. Bij de begroting 2022 zullen wij in beeld brengen wat de kosten zijn voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afval en voor de gemeentelijke riolering. Vervolgens zullen we de opbrengst en de tarieven berekenen. Vanaf 2022 zullen de tarieven meebewegen met de kostenontwikkeling.