Kaderbrief 2024-2028

Reserve parkeren (auto en fiets)

Inleiding

Jaarlijks wordt de gemeenteraad geïnformeerd wordt over de verwachtingen ten aanzien van de langjarige ontwikkeling van de reserve Parkeren. Het voorliggende meerjarenperspectief van de reserve Parkeren sluit aan bij het kader zoals dit in het raadsbesluit in 2009 is geformuleerd: de reserve Parkeren is in beginsel een kasboek waarbij de inkomsten en uitgaven langdurig met elkaar in evenwicht moeten zijn. De gekozen periode is een doorkijk van 20 jaar om de financiële effecten van genomen besluiten op de kasstroom te kunnen zien. Het huidige perspectief loopt daarom tot 2043.

Het uitgangspunt binnen het beleidsterrein parkeren is altijd geweest dat lasten en baten die betrekking hebben op parkeren worden verrekend met de daarvoor ingerichte reserve Parkeren. In 2020 is met het Financieel Perspectief Duurzame Stad al een claim gelegd op een gedeelte van de parkeerinkomsten.

Resultaat 2023

Op het beleidsterrein parkeren is sprake van een voordelig saldo van 2,4 mln. dat is opgebouwd uit een voordeel op de lasten van 1,5 mln. en een voordeel op de baten van 921.000. Binnen het beleidsterrein autoparkeren wordt onderscheid gemaakt tussen autoparkeren en fietsparkeren. Het voordeel op de lasten bedraagt 1,5 mln. Binnen autoparkeren wordt dit voor een bedrag van 659.000 voornamelijk veroorzaakt doordat het structurele budget dat beschikbaar is gesteld voor uitbreiding betaald parkeren nog niet volledig is ingezet. Dat betreft met name budget voor uitbreiding formatie die in 2024 gaat plaatsvinden. Daarnaast is ook het budget voor begeleiding van de uitbreiding betaald parkeren niet volledig ingezet. Binnen het fietsparkeren bedraagt het voordeel 911.000, voornamelijk veroorzaakt doordat de fietsgarages De Geus en Mosterdsteeg nog niet zijn geopend. In de begroting 2023 is hiervoor wel budget begroot.

Het voordeel op de baten bedraagt 921.000 en heeft betrekking op hogere parkeeropbrengsten met name bij de naheffingen en de vergunningen. Dit mede als gevolg van uitbreiding betaald parkeren in 2023. De ervaring leert dat bij uitbreiding betaald parkeren de naheffingen, als gevolg van gewenning, in het eerste jaar hoger zijn dan gemiddeld. Dit in combinatie met efficiënte handhaving met twee scanvoertuigen met opvolgers.

Het voordelige saldo van de fiets- en parkeerexploitatie van 2,4 mln. wordt bij de bestemming van het resultaat gestort in de reserve parkeren.

Ontwikkeling van de reserve Parkeren

Onderstaand wordt de actuele ontwikkeling van de reserve Parkeren voor de komende 20 jaar weergegeven.

Ontwikkeling reserve Parkeren

De grafiek laat de ontwikkeling zien van de reserve Parkeren inclusief alle onderstaand verwachte kosten. De laagste waarde van de prognose reserve Parkeren bedraagt in 2029 2,4 mln.

De belangrijkste extracomptabele posten zijn:

  • De grondkosten van fietsenstalling de Geus. De kosten zijn opgenomen in 2026 en geraamd op 0,6 mln.
  • De fietsenstalling in de Hartebrugkerk. De kosten zijn geraamd op 4,4 mln. (2,9 mln. activeerbare lasten en 1,5 mln. incidentele lasten).
  • Een risicobuffer voor de impact rentewijzigingen van jaarlijks 0,4 mln. (uitgangspunt omslagrente 1,5%)
  • Een indexering van de energielasten. Vanaf 2024 wordt jaarlijks een gemiddeld bedrag opgenomen van 0,22 mln.
  • Toename onderhoudskosten van de autogarages Lammermarkt en Garenmarkt. Er wordt jaarlijks (tot en met de einddatum van het onderhoudscontract) ruim 0,1 per garage opgenomen in de prognose.
  • ICT kosten voor applicaties die niet binnen het gesloten systeem van de parkeerexploitatie worden geboekt. Deze kosten worden door de afdeling ICT doorbelast. Jaarlijks wordt een bedrag inclusief indexatie opgenomen van gemiddeld 0,11 mln.
  • Een vervangingsinvestering voor de parkeerautomaten in zone A en B die sinds 2016 in gebruik zijn. Vanaf 2026 wordt jaarlijks een bedrag opgenomen van 0,1 mln.
  • Een reservering voor de toename exploitatiekosten parkeergarages (onderhoud gebouwen, schoonmaakkosten en beheerskosten). Jaarlijks wordt een bedrag inclusief indexatie opgenomen van gemiddeld 0,34 mln.
  • Een reservering voor de vervangingsinvesteringen van installaties, parkeerapparatuur en wagenpark. Vanaf 2025 worden jaarlijks extra kapitaallasten opgenomen van gemiddeld 0,67 mln.
  • In de reserve Parkeren is een veiligheidsbuffer opgenomen van 2 mln. voor potentiële toekomstige economische ontwikkelingen die tegenvallende omzetten ten gevolg hebben.

In het beleidsakkoord 2022-2026 is besloten om de reserve Parkeren in te zetten als dekking voor investeringen in duurzame mobiliteit. Bij het Beleidsakkoord is hiervoor 17 mln. vanuit de reserve gereserveerd. De reserve Parkeren zou in 2026 echter negatief worden door de onttrekking van 17 mln. in combinatie met de macro-economische ontwikkelingen (de meerkosten van nieuwe investeringen, de kostenstijgingen door inflatie). Derhalve is besloten om de onttrekking voorlopig te verlagen naar 13 mln. De resterende bijdrage van 4 mln. is pas mogelijk als de stand van de reserve toereikend is en de wens/noodzaak nog steeds bestaat. Let wel, bij het bepalen van de onttrekking moet ook rekening worden gehouden met de nieuwe garage M-kavels, en de hogere bouwkosten voor ophoging en renovatie van de Haarlemmerstraatgarage.

Bijzonderheden ontwikkeling reserve Parkeren :

  • Uitgangspunt is het exploiteren van huidige parkeervoorzieningen zonder nieuwe toevoegingen. Bij het instellen van de reserve Parkeren is afgesproken om één keer in de twee jaar de tarieven te indexeren. Vooralsnog hebben wij gerekend met vier tariefsindexaties per 2026 van circa 0,20.
  • Momenteel is er voor de ophoging en renovatie een krediet beschikbaar gesteld van 8 mln. De extra kapitaal- en exploitatielasten, en meeropbrengsten zijn vanaf 2024 meegenomen in de meerjarenbegroting. Er is uitgegaan van de meerjarenbegroting zonder de beschikbare gestelde 8 mln. voor de ophoging van de Haarlemmerstraat garage. Aangezien de aanbesteding is mislukt is er een mogelijkheid dat het krediet niet gebruikt wordt.
  • De maximaal mogelijke afdracht t.b.v. investeringen in duurzame mobiliteit is 4 mln. De onttrekking wordt over de jaren 2027 en 2028 verdeeld.

Uitbreiding Haarlemmerstraatgarage en nieuwe parkeergarage M-Kavel

Er is tevens gekeken naar de mogelijkheid om de uitbreiding van de Haarlemmerstraatgarage en de nieuwe parkeergarage M-Kavel te dekken uit de reserve Parkeren. Dit overzicht laat zien wat het effect is op de ontwikkeling van de reserve Parkeren, en of de ruimte er is voor de ontwikkeling van beide parkeergarages en de genoemde extra afdracht omwille van investeringen in duurzame mobiliteit zoals hiervoor is opgenomen.

  • In dit overzicht zijn de totaal geraamde investering en exploitatie van zowel de ophoging en renovatie van de Haarlemmerstraatgarage als ook de M-Kavel garage, conform huidige inzichten (per 1 mei 2024), meegenomen. Hierbij is rekening gehouden met geïndexeerde plankosten.
  • Vooralsnog hebben wij gerekend met vier tariefindexaties per 2026 van circa 0,25.

In 2029 is de laagste stand van de reserve circa 2.7 mln. Conclusie is dat met de hiervoor genoemde maatregelen de reserve Parkeren naar verwachting gezond blijft, en daarmee past binnen het kader van het raadsbesluit uit 2009. Het toekomstbeeld wordt defensief geschetst om mogelijke tegenvallers te kunnen dragen.

Risico’s

  • Tegenvallende parkeerinkomsten door beperkte bereikbaarheid, en de economische ontwikkelingen.
  • Hogere exploitatielasten en investeringen als gevolg van economische ontwikkelingen.
  • Een mogelijk gevolg van extra tariefsindexaties is een daling van het aantal bezoekers in Leiden.
  • Voor deze risico’s is een structurele buffer van 2 mln. gereserveerd.