Kaderbrief 2021-2025

Reserve Parkeren (auto en fiets)

De weergave van de ontwikkeling van de reserve parkeren in de Memo Reserve Parkeren is anders gepresenteerd dan voorgaande jaren. Om te komen tot een duidelijk verloop van een (integrale) Reserve Parkeren, moet rekening gehouden worden met twee "componenten":

  1. Exploitatie. Dit jaar is ervoor gekozen een weergave van het (meerjaren-)exploitatieresultaat voor auto en fiets te geven. Voorheen was dit het verloop van de reserve parkeren verdeeld naar een onderdeel auto en een onderdeel fiets. Echter: omdat er sprake is van dekking uit 1 reserve, is het aparte verloop van het deel auto en het deel fiets minder belangrijk. Wat wel van belang is: het jaarlijkse exploitatieresultaat. Dit maakt per jaarschijf inzichtelijk of de exploitatie autoparkeren in staat is de exploitatie fietsparkeren te dekken. De twee exploitatieresultaten vormen één component van de (geïntegreerde) Reserve Parkeren, die wel als geheel is weergegeven.
  2. Overige dekking uit de Reserve Parkeren. Naast de parkeerexploitatie zijn er diverse andere zaken die gekoppeld zijn aan de reserve parkeren. Dit betreft zaken die (nog) niet in de exploitatie parkeren vallen of die voortvloeien uit eerder genomen raadsbesluiten. Deze worden buiten de exploitatie aan de reserve parkeren onttrokken of gedoteerd. In praktijk betekent dit dat het verloop van de reserve parkeren als geheel, anders kan zijn dan het exploitatieresultaat. Concreet: een positief exploitatieresultaat leidt tot de verwachting dat de reserve parkeren zal toenemen. Immers: een positief saldo wordt gedoteerd aan de reserve. Maar : doordat er nog andere zaken op de reserve parkeren drukken die niet in de exploitatie vallen, kan het verloop van de reserve toch dalen. Een voorbeeld van een dergelijke onttrekking en dotatie zijn de kosten en opbrengsten voor uitbreiding betaald parkeren (is nog geen raadbesluit over genomen en daarom nog niet in de exploitatie verwerkt, maar wel mee gerekend in het verloop van de reserve Parkeren).

Reserve Parkeren

De hoogte van de gecombineerde reserve Parkeren (auto en fiets) is per 1 januari 2021 totaal circa 18 mln. In de prognose 2020 was verwacht dat de reserve een hoogte van circa 13 mln. zou bedragen. Dit betekent een toename van circa 5 mln. Dit wordt verklaard door de volgende zaken:

  • In 2020 is bij de 2e voortgangsrapportage onderstaande opgenomen. Dit heeft echter geen effect op de ontwikkeling van de reserve, maar wel op de hoogte hiervan. In 2020 is namelijk 3,2 mln. gestort in de reserve. Dit wordt vervolgens in komende jaren onttrokken aan de reserve ter dekking van de kapitaallasten.
  • In 2020 is in het kader van corona € 1 mln. opgenomen voor compensatie lagere parkeerinkomsten. Dit is niet ingezet waardoor het resultaat met € 1 mln. is verbeterd.
  • In rekenmodel 2020 is als onttrekking begroot 8.979.979. In werkelijkheid is 8.179.400 onttrokken. Een verschil van 0,8 mln. Dit verschil zit in diverse posten. Een voorbeeld is dat in 2019 de verwachting was de Garenmarkt gestart zou zijn met afschrijven. Dat is echter doorgeschoven naar een jaar later.

Grafiek 1 ontwikkeling reserve Parkeren

Tot 2023 neemt de hoogte van de reserve toe. Dit komt o.a. doordat er in 2021 een lagere taakstelling voor fietsparkeren is dan vanaf 2022. Tot deze taakstelling is in 2018 besloten.

De afname van het verloop van de reserve in 2023 heeft te maken met de aanloopkosten (projectkosten) voor de uitbreiding van het betaald parkeren (deze zijn nog niet verwerkt in de prestatie parkeren maar al wel meegenomen in de reserve). Tot en met 2025 neemt de omvang van de reserve weer toe door de extra inkomsten uit het uitgebreide gebied van betaald parkeren.

Vanaf 2026 zijn alle fietsenstallingen die nu gepland zijn open en dragen we alle kapitaallasten. Hiermee wordt de stand van de reserve gedrukt. Hierna vinden er vooralsnog geen nieuwe grote wijzigingen in de exploitatie plaats en daarmee is er sprake van een dalende lijn.

Het huidige beeld laat zien dat de verwachte stand van de gecombineerde reserve Parkeren positief blijft en daarmee past binnen het kader van het raadsbesluit uit 2009. De laagste waarde van de reserve Parkeren bedraagt circa 16,5 mln. en wordt verwacht in 2037.

Prestatie parkeren

Hieronder wordt ingegaan op de gecombineerde prestatie (opbrengsten minus de kosten) rond auto- en fietsparkeren. In de onderstaande figuur wordt het gecombineerde resultaat getoond. Voor auto- en fietsparkeren wordt apart een toelichting gegeven op het resultaat.

Autoparkeren

Het getoonde perspectief van de prestatie autoparkeren is gebaseerd op het actuele parkeerbeleid van Leiden. Daarbij zijn de volgende actualisaties doorgevoerd:

  1. De huidige omvang en tariefstelling van het betaald parkeren op straat (de zones A, B1 en B2) en de tariefstelling in de parkeergarages;
  2. In de exploitaties van de parkeergarages is structureel rekening gehouden met planmatig onderhoud;
  3. Kosten ten behoeve van het vergroten van de parkeergarage Haarlemmerstraat;
  4. Tariefsverhoging van 0,30 per uur in 2022 (in totaal zijn de tarieven in 2022 met 0,50 per uur verhoogt om een structurele bijdrage van 1.2 mln. aan de reserve Duurzame Stad te leveren en 0,10 is voor de vastgestelde tweejaarlijkse indexatie van de parkeertarieven);
  5. Derving van inkomsten als gevolg van de corona-crisis (zie toelichting hieronder);
  6. Financiële gevolgen van het uitvoeren van de maatregelen uit de Agenda Autoluwe Binnenstad en de Parkeervisie (zoals invoeren vergunning parkeren in de binnenstad en uitbreiding van het betaald parkeren);
  7. Voorstellen uit de Kaderbrief 2021-2025. Deze worden gedekt door de Reserve Parkeren met uitzondering van het voorstel over gederfde inkomsten door Corona.

Grafiek 2 prestatie auto- en fietsparkeren

Gevolgen door corona

De coronamaatregelen hebben gezorgd voor minder bezoekers aan de stad en zodoende ook minder parkeerders in de stad. In 2020 constateerden wij een derving die (gemiddeld gemeten over het hele jaar) circa 65.000 per week bedroeg ten opzichte van 2019. Vanuit het Rijk is een compensatie van 950.000 toegekend als tegemoetkoming voor deze gederfde inkomsten. Op het moment van schrijven bedraagt de derving, gemeten over het eerste kwartaal 2021 zo’n 47.000 per week ten opzichte van 2019. Omdat onduidelijk is hoe lang de coronabeperkingen blijven gelden hebben wij drie maatregelen in de Parkeerexploitatie verwerkt.

  • De afgelopen jaren hebben wij op autoparkeren een positief resultaat behaald ten opzichte van de begroting (over 2019 bijvoorbeeld een bedrag van 1,4 mln. op de baten). Normaal gesproken wordt dan de begroting bijgesteld op basis van realisatie voorgaande jaar. Dit hebben wij nu vooralsnog slechts beperkt gedaan;
  • Wij hebben, gebaseerd op de derving in 2020, een bedrag aan verminderde inkomsten opgenomen van 1 mln. voor 2021;
  • Bij de kaderbrief 2021 hebben wij daarnaast een bedrag van 1 mln. aangemeld als verwachte verminderde parkeerinkomsten.

De negatieve financiële gevolgen door de coronamaatregelen worden voorlopig opgevangen binnen de reserve Parkeren. Wij gaan de verminderde inkomsten opnieuw aanmelden zodra het Rijk hiervoor weer een regeling heeft ingericht.

Fietsparkeren

De fietsexploitatie is in tegenstelling tot de auto-exploitatie negatief. Naast de kapitaallasten zijn er kosten voor beheer en onderhoud. De hoogste kosten (circa 40%) hangen samen met de bemensingskosten in de fietsenstallingen. Het getoonde perspectief van het resultaat van het exploitatieresultaat van fietsparkeren is gebaseerd op het actuele parkeerbeleid van Leiden. Daarbij is rekening gehouden met:

  1. Realisatie van twee nieuwe stallingen in het Stationsgebied met een capaciteit van circa 3.000 stallingsplaatsen (de Geus in 2024) en 3.300 stallingsplaatsen (restopgave in 2026). Bruto investeringen van beide stallingen bedragen circa 17 mln. (De Geus) en 22 mln. (restopgave) en in totaal 39 mln. Netto, na aftrek bijdragen derden, bedragen de investeringskosten voor de gemeente 20,5 mln.
  2. Bemensingskosten van de Zeezijde, Taxistandplaats, Lorentz, Waagstalling, de Geus en de nieuwe stalling in het stationsgebied en in het centrum (in de zomer van 2021 volgt hierover een separaat voorstel aan de gemeenteraad);
  3. Beheer en onderhoudskosten fietsenstallingen Taxistandplaats, Lorentz, De Geus en de nieuwe stalling;
  4. Voorstellen uit de Kaderbrief 2021-2025. Deze worden gedekt door de Reserve Parkeren.
  5. Opbrengsten uit de 1/24 uur gratis stallen in de stationsomgeving medio 2023, ook in de gemeentelijke stallingen (conform de motie RV 20.0086);
  6. Handhavingskosten en opbrengsten uit door eigenaren opgehaalde fietsen (fiets fout = fiets weg en weesfietsen).

Nadere toelichting op de prestatie auto- en fietsparkeren

De huidige situatie in Nederland en ook in Leiden is onzeker. De duur van de coronamaatregelen en de mogelijke aansluitende economische gevolgen zijn onduidelijk. De kosten voor fietsparkeren lopen op, terwijl er extra stallingen in de stad noodzakelijk zijn. Tevens is er vraag naar nieuwe P&R/HUB-locaties. Deze locaties zijn niet rendabel te exploiteren. Deze kosten zijn niet in de exploitatie verwerkt.

Bij autoparkeren zijn de kosten en baten goed afgestemd en is er vooralsnog vertrouwen in een stabiele groei over de jaren heen. Bij fietsparkeren is er geen sprake van een goede balans. De kosten lopen op. Met de NS wordt nader gekeken of de exploitatie van de stallingen in het stationsgebied gezamenlijk uitgevoerd kan worden met een bijdrage van de NS. Hieronder een samenvattende opsomming van risico’s bij de huidige prognose over auto- en fietsparkeren:

  • Duur en inhoud van coronamaatregelen;
  • Gevolgen voor de economie tijdens en na coronacrisis;
  • Gevolgen uitwerking van de Parkeervisie en de Autoluwe binnenstad;
  • Kostenontwikkelingen voor bouw, beheer- exploitatie- en onderhoudskosten van auto- en fietsparkeren;
  • Bijdragen derden voor bouw-, exploitatie-, bemensings- en/of beheerkosten.