Kaderbrief 2020-2024

Financiële ontwikkelingen

Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2020

2021

2022

2023

2024

Budgettair neutraal

06.01

Gebiedsvisie KEO de Zwijger

B

I

-366

    
    

S

    

9

   

L

I

366

    
    

S

    

-9

 

06.02

Gebiedsontwikkeling Telderskade

B

I

-350

    
    

S

 

9

9

9

9

   

L

I

350

    
    

S

 

-9

-9

-9

-9

 

06.03

Storting egalisatiereserve bouwleges

B

I

-1.500

    
   

L

I

1.500

    

Mee/Tegenvaller

06.04

Noodzakelijke intensivering en digitalisering Omgevingswet

L

I

-325

-1.664

   
     

325

1.664

1.363

132

131

 

06.05

Vrijval dotatie voorziening onderhoud gemeentelijk vastgoed

B

S

-251

-251

   
   

L

S

-938

-938

-767

-767

-767

     

1.189

1.189

767

767

767

 

06.06

OZB maatschappelijk vastgoed en sportaccommodaties

L

S

230

230

230

230

230

 

06.07

Financieel Perspectief Duurzame Stad

B

I

-270

-120

-70

-70

-70

   

L

I

1.220

120

70

70

70

    

S

-223

-645

-519

-542

-39

Tot.

    

957

-415

1.074

-180

322

Bedragen x 1.000,-

Budgettair neutraal

06.01 Gebiedsvisie Kooiplein en omgeving (KEO) en Willem de Zwijger

Het deel van het project Kooiplein e.o. gelegen op de Willem de Zwijgerlaan (dg2) en ten noorden (dg1) daarvan, komt om verschillende redenen niet tot ontwikkeling. Daarnaast is er de doelstelling om het gebied ten oosten van het Kooiplein duurzaam te verstedelijken. Deze twee aanleidingen vormen samen de basis om een nieuwe gebiedsontwikkeling op te starten. Om te onderzoeken wat haalbaar is in dit gebied, wordt een gebiedsvisie gemaakt. Onderdeel van deze gebiedsvisie is om het noordelijk deel van het project Kooiplein opnieuw te beschouwen en ook hiervoor tot een haalbaar voorstel te komen. Op deze manier wordt gewerkt aan het nakomen van de contractuele verplichtingen m.b.t. het project Kooiplein e.o. en wordt in samenhang onderzocht hoe het gebied direct aansluitend duurzaam verstedelijkt kan worden.

Voorgesteld wordt een krediet van 366.000 beschikbaar te stellen voor het opstellen van de gebiedsvisie Willem de Zwijgerlaan-oost (werktitel; De Zwijger), inclusief KEO deelgebied 1 en deelgebied 2 en deze kosten te dekken door een onttrekking aan de reserve Herstructurering woongebieden SvZ&V. Het krediet Kooiplein en omstreken met hetzelfde bedrag van € 366.000 te verlagen en de dekking van dit bedrag uit de reserve afschrijving investeringen te storten in de reserve Herstructurering woongebieden SvZ&V

06.02 Gebiedsontwikkeling Telderskade

Het college heeft het besluit genomen te starten met de Gebiedsontwikkeling Telderskade. De gebiedsontwikkeling omvat het gebied rondom de Vijf Meihal en Vijf Meibad, de voormalige Daltonschool langs de Telderskade en het gebied rondom de speeltuin “De Vijf Hoven”. Met deze gebiedsontwikkeling wordt invulling gegeven aan de fysieke en sociale ambities uit het Ontwikkelperspectief Leiden Zuidwest om een gemengd stedelijk gebied te creëren met hoge dichtheid van woningen, maatschappelijke functies en een hoogwaardig ingerichte openbare ruimte. Hiervoor wordt voorgesteld om € 350.000 voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen vanuit de investering Bouwrijp maken locatie Vijf meihal in programma 8.

06.03 Storting egalisatiereserve bouwleges

In de eerste maanden van 2020 is een 7-tal grote bouwaanvragen ontvangen, die samen goed zijn voor € 3,7 miljoen aan bouwleges. Als gevolg daarvan kan een storting worden gedaan van 1,5 miljoen in de egalisatiereserve.

Mee-/tegenvallers

06.04 Noodzakelijke investering en digitalisering Omgevingswet

De komst van de Omgevingswet is een autonome ontwikkeling en buitengewoon omvangrijke wijziging van de wet- en regelgeving die alle beleid en werkprocessen raakt die te maken hebben met de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en diverse vormen van dienstverlening.

De wet is gericht op meer kwaliteit en samenhang van ontwikkelingen in de stad en betere ontsluiting van omgevingsrecht voor bewoners en initiatiefnemers via een nieuw Omgevingsloket (digitaal stelsel). Dit vraagt om capacitaire en financiële inzet op het gebied van digitalisering van beleid en regelgeving, integraal werken, participatiebeleid, (online) dienstverlening, stroomlijning van vergunningsverlening en toezichttaken en nieuwe samenwerkingsprocessen (organisatieontwikkeling). Voor de volgende fasen in de implementatie zijn de prioriteiten met behulp van checklists van de VNG/G40 (minimale eisen, roadmap, financieel dialoogmodel etc.) in kaart gebracht. Gelijktijdig met de Omgevingswet wordt ook de Wet Kwaliteitsborging voor de bouw landelijk ingevoerd (zwaartepunt naar verwachting rond 2024). De dwingende termijn van de inwerkingtreding van de Omgevingswet maakt de kostenraming weinig flexibel. Na verloop van jaren zal mogelijk verschuiving van werkzaamheden optreden, maar tot die tijd is sprake van een innovatie-/veranderopgave terwijl het lopende werk doorgaat, om te zorgen dat bouwopgaven en publieksdienstverlening geen onnodige hinder ondervinden van de implementatie. Voor de intensivering in 2020 wordt de benodigde verhoging van het huidige krediet ingeschat op 325.000 om de noodzakelijke verbreding te realiseren.

Daarnaast is dit jaar een investering van € 640.000 nodig voor de initiële aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (met een kapitaallast van 134.400 vanaf 2021). Dit onderdeel was eerder niet meegenomen in het krediet voor Invoering van de Omgevingswet, omdat duidelijkheid over de eisen vanuit het Rijk nog ontbrak. Een eventueel structureel / meerjarig incidenteel effect op de uitvoeringskosten is nog niet te kwantificeren, omdat licentiekosten etc. nog niet duidelijk zijn.

De implementatie loopt door vanaf inwerkingtreding in 2021 tot 2029 uitgaande van een wettelijke implementatietermijn van max. 8 jaar voor de transitie- en transformatieopgave. Voor 2021 tot 2024 wordt een aanvullende investering verwacht van € 2,76 miljoen, waarbij de piek in werkzaamheden in 2021 en 2022 ligt. De verwachting is dat vanaf 2023 de extra inzet aanzienlijk lager wordt. Voor de periode 2025 tot en met 2028 is jaarlijks een incidenteel bedrag van € 150.000 nodig (buiten de scope van deze Kaderbrief, maar zal bij toekomstige Kaderbrieven worden betrokken).

De benodigde budgetten voor 2020 en 2021 kunnen worden gedekt door vrijval van afgerond € 2 miljoen uit de egalisatiereserve bouwleges

06.05 Vrijval dotatie voorziening onderhoud gemeentelijk vastgoed

Conclusie uit het balansdossier 2019 ‘Voorziening onderhoud gemeentelijk vastgoed’ is dat de dotatie aan de voorziening structureel te hoog is. Hierdoor is - conform BBV –bij jaarrekening 2019 1.931.004 vrijgevallen. In de jaren 2020 en 2021 moet ieder jaar 1.188.989 vrijvallen en voor de jaren 2022 tot en met 2026 moet ieder jaar € 767.342 vrijvallen. De vrijval van 2019 is bij de jaarrekening 2019 verrekend met de concernreserve.

In 2020 worden de bestaande meerjaren onderhoudsplannen (MJOP's) herzien, waarbij ook rekening wordt gehouden met onder andere de flinke stijging van de marktprijzen (van de afgelopen 2-3 jaar) als gevolg van actuele ontwikkelingen. De beschikbaar gestelde budgetten worden wel jaarlijks geïndexeerd. Echter, de index is flink lager dan de werkelijke stijging van de marktprijzen waarbij de verwachting is dat de prijzen de komende jaren nog verder gaan stijgen. Daarom is het voorstel om de structurele dotatie aan de onderhoudsvoorziening beschikbaar te houden voor de herijking van de MJOP’s in 2020. Daarnaast is in de begroting onvoldoende budget begroot voor het planmatig onderhoud aan de Lakenhal. Op basis van het actuele meerjaren onderhoudsplan is het voortschrijdend 10-jarig gemiddelde berekend voor het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. Dit betekent dat er structureel 159.287 nodig is om het planmatig onderhoud aan de Lakenhal conform MJOP uit te kunnen voeren. Voorstel is nu om een deel van de vrijval van de structurele dotatie in te zetten voor structurele dekking planmatig onderhoud Lakenhal (een bedrag van € 159.287). Hierdoor kan in 2020 en 2021 circa 1 miljoen en vanaf 2022 en verder 608.055 gedoteerd worden aan de reserve Grondexploitaties en worden gelabeld voor planmatig onderhoud vastgoedportefeuille.

06.06 Ozb Maatschappelijk vastgoed

Het beschikbaar budget voor het eigenarendeel ozb maatschappelijk vastgoed is te laag geraamd. Tendens is dat het tekort ieder jaar oploopt mede als gevolg van een stijging van de ozb niet-woningen bovenop de indexering. Tussen de begroting en werkelijke kosten zit een structureel verschil van € 180.000. De huren zijn op dit moment marktconform.

06.07 Nieuwe beleidswensen Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS)

Het financieel perspectief duurzame stad 2020 (FPDS) heeft als doel om het eerste financieel perspectief te actualiseren door aan te geven waar de plannen voor de verschillende opgaven zijn gewijzigd, zowel financieel als inhoudelijk. De Uitvoeringsbesluiten en Uitvoeringsprogramma’s die zijn ontwikkeld of binnenkort worden vastgesteld, hebben de budgetten vanuit het fonds Duurzame stad als financiële kaders gebruikt. Voor deze eerste actualisatie van het FPDS betekent het dat er is gekozen voor een hoofdzakelijk instrumentele update met een aantal verschuivingen in de planning. Volgens de recente planning van de investeringen start het merendeel van de investeringen later, maar is ook rekening gehouden met wanneer deze investeringen worden afgerond. Dit leidt tot een forse verschuiving van kapitaallasten en in een incidentele en –zekere– vrijval van kapitaallasten in de eerste jaren waardoor een financiële ruimte ontstaat. Voorstel is deze vrijval kapitaallasten voor € 950.000 ten gunste van de reserve FPDS te laten vallen. Hierdoor ontstaat ruimte binnen het FPDS. € 500.000 hiervan wordt gereserveerd binnen de reserve duurzame verstedelijking t.b.v. de cofinanciering OV-knoop. Daarnaast wordt 250.000 beschikbaar gesteld voor projecten op het gebied van biodivers vergroenen en € 200.000 voor uitvoering bedrijventerreinenstrategie (transformatie, verdichting en vergroening).