Kaderbrief 2020-2024

Financiële ontwikkelingen

Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2020

2021

2022

2023

2024

Autonoom

AD.01

Onderuitputting kapitaallasten 2020

L

S

-691

    
 

AD.02

ontwikkeling kapitaallasten 2021 - 2024

L

S

 

-2.498

-1.166

-2.943

-876

 

AD.03

Structureel lager dividend BNG

B

S

436

127

127

127

127

 

AD.04

Ontwikkeling algemene uitkering, OZB, riool- en afvalstoffenheffing

B

S

2.758

3.529

2.224

2.776

-376

Mee/Tegenvaller

AD.05

Maximale kapitaallasten in jaarschijf 2024

L

I

    

-500

    

S

    

500

 

AD.06

Ontwikkeling financieringlasten

L

S

-1.837

-1.644

-2.273

-1.399

-650

 

AD.07

Mutatie concernreserve i.v.m. benodige weerstandsvermogen

B

I

   

-39

-2.572

   

L

I

274

    
 

AD.08

Meevaller algemene dekkingsmiddelen

B

I

-1.200

    

Bijsturing

AD.09

Mutatie behoedzaamheidsruimte

L

S

  

-2.000

-2.000

1.500

 

AD.10

Vrijval reserve afschrijvingen investeringen

B

I

-3.827

-7.724

-3.571

-2

 
    

S

78

125

256

283

416

 

AD.11

Herprioritering bestaande ambities 2024 (voorgenomen ombuigingsoperatie) t.b.v. structureel evenwicht

L

S

    

-1.500

Tot.

    

-4.009

-8.085

-6.403

-3.197

-3.931

Bedragen x 1.000,-

Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2020

2021

2022

2023

2024

Budgettair neutraal

OH.01

Versnelde aanschaf mobiele telefonie

L

S

 

-24

-24

  
      

24

24

  

Mee/Tegenvaller

OH.02

Extra bijdrage BSGR 2020 e.v.

L

S

-75

2

2

2

2

 

OH.03

Begroting Servicepunt71 2021

L

I

711

    
    

S

362

512

512

512

512

 

OH.04

Bijstelling opbrengst applicatierationalisatie VRIS

B

S

-100

-100

-100

-100

-100

   

L

S

541

744

333

218

179

 

OH.05

Invoering WNRA projectkosten 2020

L

I

73

    
 

OH.06

Permanente controle gemeentelijke belastingen

B

S

-90

-90

-90

-90

-90

   

L

S

85

85

85

85

85

 

OH.07

Vervanging systeem voor subsidieverstrekking

L

I

234

75

   
    

S

 

-60

-60

-60

-60

      

60

60

60

60

Nieuw Beleid

OH.08

Datagedreven Werken Urban Data Center

L

I

 

250

   
 

OH.09

Uitbreiding formatie Financieel Advies Sociaal Domein.

L

S

60

110

   
 

OH.10

Diverse ontwikkelingen InformatieVoorziening

L

S

20

50

   
 

OH.11

Projectuitvoeringskosten IV-portfolioprojecten

L

I

 

250

   
 

OH.12

Innovatiebudget 2021 en 2022

L

I

 

225

   
 

OH.13

Ontwikkelpool

L

S

 

100

   

Tot.

    

1.821

2.213

742

627

588

Bedragen x 1.000,-

Autonoom

AD.01 Onderuitputting kapitaallasten 2020

Doordat de uitgaven binnen kredieten in 2019 minder snel zijn gegaan dan geraamd, vallen de kapitaallasten in 2020 € 691.000 lager uit.

AD.02 Ontwikkeling kapitaallasten 2021-2024

Voor de Kaderbrief is voor alle kredieten de verwachting over de snelheid van de uitgaven geactualiseerd. Hierbij was het realisme van de gehanteerde planningen met name een punt van aandacht. Omdat de verwachting is dat de uitgaven langzamer zullen plaatsvinden dan eerder aangenomen, vallen de kapitaallasten 2021-2024 lager uit dan eerder werd verwacht. Deze berekening is uitgewerkt onder de uitgangspunten meerjarenbegroting. In een bijlage bij deze kaderbrief is uiteengezet welke maatregelen we nemen om steeds realistischer te ramen.

AD.03 Structureel lager dividend BNG

BNG Bank heeft over het verslagjaar 2019 een nettowinst behaald van 163 miljoen. De belangrijkste oorzaken van de daling van 174 miljoen ten opzichte van 2018 is een afboeking / hogere voorzieningen voor kredietverliezen van 153 miljoen. Deze lagere winst resulteert ook in een lager dividend voor de aandeelhouders. Voor Leiden is de dividenduitkering 441.510 ten opzichte van de begrote 877.000. Vorig jaar was het dividend BNG over 2018 514.000 hoger dan begroot. Bij de Kaderbrief 2020-2023 is dit voordeel voor 400.000 structureel in de begroting verwerkt. Dit blijkt nu voor in ieder geval 2019 optimistisch te zijn geweest. Vanwege de onzekerheid door de Corona-crisis en de lage rente, maar ook door het grote aandeel van de incidentele verliezen in het resultaat verlagen we de raming structureel met 127.000 tot € 750.000 structureel.

AD.04 Ontwikkeling Algemene uitkering, ozb, riool en afvalstoffenheffing

De Algemene uitkering ('autonome ontwikkeling') en inkomsten uit de afvalstoffen- en rioolheffing ('mee-/ tegenvaller') zijn geactualiseerd. De analyse van de ontwikkeling van het Gemeentefonds is opgenomen in de paragraaf Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds bij de uitgangspunten van de meerjarenbegroting.

Budgetneutraal

OH.01 Versnelde aanschaf mobiele telefoons

Voor het stadskantoor moesten alle medewerkers beschikken over een mobiele telefoons. Hiervoor was de inschatting dat er in één keer 300 mobiele telefoons aangeschaft moesten worden. In de voorgaande jaren werden er een relatief beperkt aantal (op adhoc basis) mobiele telefoons aangeschaft. Deze werden dan ook in de exploitatie geboekt en niet geactiveerd (dat gebeurt als investering > 25.000). Omdat het nu om een groot aantal mobiele telefoons betrof, is voor deze aanschaf een krediet aangevraagd en moesten alle in 2019 aangeschafte mobiele telefoons worden geactiveerd . In totaal zijn er in 2019 400 mobiele telefoons (ook ter vervanging) uitgereikt. Gevolg is dat door het hoge aantal uitgereikte telefoons hogere kapitaallasten ontstaan dan eerder berekend. Voorgesteld wordt deze kapitaallasten te dekken uit het exploitatiebudget mobiele telefoons.

Mee- / tegenvaller

AD.05 Maximale kapitaallasten en verwachte onderuitputting in jaarschijf 2024

In het meerjarenbeeld 2021 - 2024 zijn in de laatste jaarschijf nog niet de volledige en maximale kapitaallasten van de lopende investeringen en (vervangings)investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2020 – 2023 meegenomen. Een aantal uitgaven zal in en na 2024 plaatsvinden waardoor € 1,5 miljoen aan kapitaallasten buiten het meerjarenbeeld valt. Door de hoge investeringsvolumes de komende jaren zal de onderuitputting kapitaallasten in 2024 waarschijnlijk ook hoger zijn dan nu geraamd. We schatten in dat een verhogen van de stelpost onderuitputting kapitaallasten in 2024 met € 1 miljoen reëel is. Zie ook de ontwikkeling van de kapitaallasten en schuldquote.

AD.06 Ontwikkeling financieringslasten

Met de Kaderbrief 2020-2024 zijn ook de verwachte rentelasten geactualiseerd. Hierdoor zijn de te financieren bedragen over de jaren verschoven. Veiligheidshalve wordt gerekend met een stijgende rente op nieuwe leningen tot 3% in 2024. Doordat de rekenrente op nieuwe geldleningen in de verschillende jaren lager uitvalt dan bij de Programmanbegroting 2020, ontstaan voordelen.

AD.07 Mutatie concernreserve i.v.m. benodigd weerstandsvermogen

Bij de Jaarstukken 2019 is het risicoprofiel van de gemeente geactualiseerd. Om de concernreserve op het eind 2020 vereiste niveau van de uitkomst van de risicosimulatie te brengen is een aanvullende storting van € 274.000 noodzakelijk. In latere jaren bereikt de concernreserve eind 2023 de vereiste omvang. Hierdoor kunnen de begrote stortingen vanaf 2023 (deels) en 2024 (geheel) vrijvallen. Zie ook de analyse van de financiële positie.

AD.08 Meevaller algemene dekkingsmiddelen

We verwachten in 2020 een incidentele meevaller van € 1,2 miljoen op de algemene dekkingsmiddelen.

OH.02 Extra bijdrage BSGR 2020 e.v.

Het AB van de BSGR heeft ingestemd met een additioneel budget van 245.000 in de begroting 2021 en de meerjarenbegroting 2021-2024. Het aandeel van Leiden bedraagt hierin vanaf 2020 structureel 91.000. Dit bedrag is nodig voor diverse activiteiten waaronder werkzaamheden als gevolg van de verplichte digitalisering vanuit het rijk, extra inspanningen op de afdeling OZ/vastgoed, werk door bezwaren No-cure-no-pay-bureaus, Inhaalslag voor doorbelasting van areaaluitbreidingen. Dit laatste levert extra werkzaamheden op: waarderen, heffen, innen, bezwaren, beroepen. Ook zullen als gevolg hiervan de kosten voor de bijdrage aan BSGR in de komende jaren stijgen door verdere areaaluitbreidingen. Tegenover deze hogere kosten staat de verwachting dat invorderingsopbrengsten vanaf 2020 structureel € 175.000 hoger zijn dan nu geraamd. Hierdoor ontstaat in 2020 een meevaller van € 75.000 en kunnen vanaf 2021 de hogere kosten grotendeels met de hogere invorderingsopbrengst worden opgevangen.

OH.03 Begroting Servicepunt71

Iin 2019 is in de regio geconcludeerd dat de dienstverlening van Servicepunt71 onder druk staat. In 2020 zijn en worden diverse stappen gezet om de situatie ter verbeteren. Voor de uitvoering van deze opgaven zijn incidentele middelen noodzakelijk, zodat Servicepunt71 eind 2020 weer in control is. We spreken over de wijze waarop we de samenwerking in de regio vorm willen geven, de strategische bedrijfsvoeringsagenda en nieuwe afspraken over governace/ sturing, verdeling van de kosten, groei van de dienstverlening, innovatie en indexatie. Hierover zal in het najaar van 2020 ook met de raad van gedachten worden gewisseld.
Tevens staat op de agenda het versterken van de interne bedrijfsvoering van Servicepunt71 om beter in control te komen en het vernieuwen van afspraken over het assurance model met de gemeenten en hun accountant. Hierbij gaat het o.a. om de extra werkzaamheden ten behoeve van de accountantscontrole voor de jaarrekeningen van de gemeenten voor 2019 en het opstellen van een business case, plan van aanpak en pakket van eisen voor de vervanging van het financiële pakket.
De opgaven zijn dus zowel gericht op de eigen organisatie als op een aantal regionale prioriteiten in de dienstverlening die niet kunnen worden uitgevoerd binnen de reguliere capaciteit. Totaal is benodigd incidenteel in 2020 671.038.
Ten behoeve van tijdelijke extra inzet voor de start van VRIS 2 (traject Verbetering Regionale I-samenwerking) wordt incidenteel 40.000 uitgetrokken.

In de ontwerpbegroting van Servicepunt71 zijn de volgende effecten verwerkt die structureel gevolgen hebben voor de reguliere bijdrage van Leiden aan Servicepunt. Het betreft de volgende mutaties:

  • Omzetting flexibele schil inkoop (230.000);
  • Autonome groei ICT middelen 2018 (132.000);
  • VRIS (traject Verbetering Regionale I-samenwerking) groep 3 (150.000 m.i.v. 2021).

In totaal gaat het voor Leiden om een structurele verhoging van de bijdrage (exclusief indexatie) van € 362.000 in 2020 oplopend tot 512.000 in 2023.
De indexatie van de lonen en prijzen ad 584.000 wordt gedekt vanuit de jaarlijkse indexering in de Leidse begroting.

OH.04 Bijstelling opbrengst applicatierationalisatie VRIS

SP71 brengt in regionaal verband de ICT op een hoger niveau en investeert daarin aanzienlijk. Als dekking was voorzien om flink te besparen op het applicatielandschap. Dat blijkt te rooskleurig ingeschat. De mogelijk opbrengst is met actuele inzichten opnieuw doorgerekend. Dit betekent dat de taakstelling zoals eerder opgenomen niet haalbaar is. Voor 2020 betekent het een nadeel van 441.000, voor 2021 644.000 waarna het nadeel afneemt tot 233.000 in 2022 naar uiteindelijk 79.000 in 2024.
In een aantal gevallen is de rationalisatie van applicaties gelukt, in een aantal gevallen niet. Bij applicaties als GBI, Zaakgericht werken en Suite Sociaal Domein is de rationalisatie gelukt. Desondanks zijn de financiële voordelen minder zichtbaar dan oorspronkelijk geraamd. Belangrijke factoren hierin zijn toenemende kosten van licenties, de toenemende vraag naar functionaliteit en de hoge implementatiekosten. Dat is ook de reden dat de kostenvermindering op het functioneel beheer niet gerealiseerd kan worden. En dat was één van de belangrijkste posten waarop bespaard zou gaan worden.
In een aantal gevallen lukt de rationalisatie ook gewoonweg niet vanwege de grote onderlinge verschillen tussen gemeenten. In een aantal gevallen wordt de afweging gemaakt dat de hoge kosten van rationalisatie niet opwegen tegen de voordelen ervan.

OH.05 Invoering WNRA projectkosten 2020

Inzet van extra arbeidsjuridische capaciteit t.b.v. de invoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) in 2019 en 2020. Ten behoeve van de overgang van de rechtspositie van alle medewerkers naar het private arbeidsrecht is gespecialiseerde kennis en deskundigheid noodzakelijk. Daarvoor is per 2019 bij SP71 een gespecialiseerde jurist aangesteld om alle arbeidsvoorwaardenregelingen en werkprocessen binnen HRM te kunnen doorlichten en aan te passen aan de nieuwe wet- en regelgeving.

OH.06 Permanente controle gemeentelijke belastingen

Controle door waarnemingen ter plaatse op gemeentelijke belastingen vindt nu niet permanent en onvoldoende systematisch plaats. Voor een betere controle en bestandsopbouw voor de aanslaggegevens aan BSGR is 1,5 fte aan extra capaciteit voor controleurs nodig. Kosten hiervan zijn circa 85.000 per jaar. De extra inzet zal leiden tot een structurele extra opbrengst van diverse gemeentelijke belastingen (precario, afvalstoffenheffingen en rioolrecht) van minimaal 90.000.

OH.07 Vervanging systeem voor subsidieverstrekkingen

Voor een efficiënt proces gericht op rechtmatige subsidieverstrekkingen is speciale software in gebruik.De leverancier van dit systeem voor de subsidieverstrekkingen heeft per 2021 het contract opgezegd. Er is in 2020 al geen sprake meer van technische ondersteuning. Een vervangend pakket zal weliswaar veel beter kunnen voldoen aan de gewenste functionaliteiten, maar zal ook duurder uitvallen. De structurele kosten van het huidige pakket zijn 9.000 per jaar, het nieuwe pakket kost € 69.000 per jaar. Daarnaast zijn er incidentele kosten van 411.000. Dit bedrag is opgebouwd door kosten aanschaf systeem (320.000), ureninzet SP71 voor projectleiding, technische ondersteuning (55.000), consultancy Decade en Join (12.000) en overig/onvoorzien (€ 24.000). In de begroting 2019 is voor de vervangende aanschaf reeds een budget van 102.000 beschikbaar gesteld door de raad, dat wordt overgeheveld naar 2020. Dit budget wordt ingezet als (gedeeltelijke) dekking.

Nieuw beleid

OH.08 Voortzetten Urban Data Center

OH.11 Projectuitvoeringskosten IV-portfolioprojecten

OH.12 Innovatiebudget 2021 en 20221

Innovatie is nodig om de steeds veranderende maatschappelijke vraag effectief en efficiënt te beantwoorden. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol omdat maatschappelijke problematiek juist op gemeentelijk niveau wordt gevoeld en daar ook de verantwoordelijkheid ligt er iets aan te doen. Innovatief handelen in een ambtelijke organisatie is alleen mogelijk als er ruimte en middelen zijn voor medewerkers om andere, creatieve oplossingen te ontwikkelen en toe te passen. Beperkende factoren zijn veelal de grote hoeveelheid werk, de tijdsdruk en de verwachting over te leveren resultaat. Het gevolg is een neerwaartse druk op innovatie; het directe, kortetermijnbelang krijgt prioriteit boven het belang voor de langere termijn (want innovatie kost tijd en geld). Om dit te veranderen zijn financiële middelen nodig. Middelen om te experimenteren, capaciteit bij te schakelen, om tijd te kopen en om een (ander) resultaat (op een slimmere manier) te realiseren. Digitale technologie en datagedreven werken – waar we al ervaring mee hebben opgedaan o.a. in het Urban Data Center (UDC) – spelen een rol bij innovatie. We zijn voornemens om het datagedereven werken in de vorm van het Urban Data Center (CBS) voort te zetten (twee keer 250.000 in 2021-2022), geld uit te trekken voor uitvoeringskosten van nieuwe IV-portfolioprojecten (twee keer € 250.000 in 2021-2022) en een algemeen innovatiebudget (twee keer € 225.000 in 2021-2022). De bedragen voor 2021 zijn verwerkt in deze kaderbrief. De besluitvorming over nieuw beleid vanaf 2022 vindt plaats bij de Programmabegroting 2021 (zie hoofdstuk financiële positie).

OH.09 Uitbreiding formatie financieel advies sociaal domein

In een brief d.d. 11 november heeft het college aan de leden van de Leden van de commissies WM en OS laten weten welke maatregelen zouden worden getroffen naar aanleiding van de fouten in de berekening van de algemene uitkering over 2019 en in het voorstel Bijsturing sociaal domein 2020 tot en met 2023.
Voor het sociaal domein is gekozen voor een verbetering in de beheersing door ervoor te zorgen dat bij meer financiële medewerkers bij Servicepunt71 en de concernstaf diepgaande kennis over de financiën van het sociaal domein beschikbaar is. De bezetting is nu te kwetsbaar. De bezetting vullen we aan met 1 fte extra financieel adviseur binnen het sociaal domein, en 0,5 fte financieel adviseur op concernniveau. We denken hiermee een stevig impuls te geven aan de versterking van de business en concern control op dit domein, waarbij we vooral zullen inzetten op 'business control': het verder inzichtelijk maken van de verbanden tussen beleidskeuzes en keuzes in de uitvoering en de daarmee gepaard gaande inzet van budgetten. De kosten voor 2020 (per saldo 60.000) en 2021(110.000) zijn in deze Kaderbrief opgenomen. De besluitvorming over nieuw beleid vanaf 2022 vindt plaats bij de Programmabegroting 2021 (zie hoofdstuk financiële positie).

OH.10 Diverse ontwikkelingen informatievoorziening

Het programma VRIS zorgt voor neutrale overdracht van de taken, de budgetten en de medewerkers aan het regionaal werkende domein InformatieVoorziening (IV) bij Servicepunt71. Maar daarmee zijn er nog geen middelen beschikbaar voor de nodige investeringen in de doorontwikkeling van de InformatieVoorziening. Met deze middelen worden reeds gedane investeringen compleet gemaakt: voor de vervanging en uitbreiding van de nieuwe digitale werkplek met goede tools als Skype en Teams wordt het beheer ingericht; beheer Engage (tool voor werkprocesbeschrijving); digitale ondertekening wordt mogelijk gemaakt, waardoor voorbereiding van besluitvorming beter en transparanter wordt uitgevoerd; de telefooncentrale wordt vervangen zodat nieuwe en slimme communicatie beter mogelijk wordt en tot slot is het noodzakelijk het huidig financieel systeem (Decade) te vervangen. Want de leverancier stopt de doorontwikkeling en zal ook de ondersteuning staken en bovendien sluit Decade onvoldoende aan bij onze behoeften.

Deze vervanging is een majeure operatie met veel impact op alle organisaties. In 2020 een projectplan opgeleverd, de scope bepaald, en het programma van eisen opgesteld en de aanbesteding opgestart. In 2021 zal de implementatie verder worden voorbereid, de invoering is per januari 2022 voorzien. Alleen voor het beheer van de nieuwe digitale werkplek is nu een bedrag benoemd; voor de overige doorontwikkelingen zal later in 2020 de aanpak en de financiële onderbouwing worden opgesteld. De kosten in 2020 en 2021 zijn verwerkt in deze kaderbrief. De besluitvorming over nieuw beleid vanaf 2022 vindt plaats bij de Programmabegroting 2021 (zie hoofdstuk financiële positie).

OH.13 Voortzetten Ontwikkelpool

Vanaf 2017 is begonnen met de Ontwikkelpool, daarvoor is door de Raad incidenteel budget ingezet. In 2019 is met behulp van het laatst beschikbare incidentele budget, gestart met de tweede lichting van de Ontwikkelpool. De Ontwikkelpool is een groep van 15 jonge talenten in hun eerste of tweede loopbaan, die zowel van buiten als van binnen de organisatie worden geworven. Zij volgen gedurende twee jaar een intensief trainingstraject en worden ingezet op een aantal van de belangrijkste integrale opgaven uit het collegeakkoord (o.a. de Woonopgave, Sociale & Inclusieve stad, Duurzaamheid, Kennisstad, Data gestuurd werken & Externe Communicatie). Wat levert de Ontwikkelpool op? Succesvolle resultaten bij de diverse opgaven, het inbrengen van nieuwe kennis, innovatie ideeën en werkwijzen, het gemakkelijker samenwerken aan opgaven, het flexibel inzetten van (eigen) personeel op diverse opgaven, het fungeren als hefboom (enthousiasmerend) voor de andere medewerkers en het succesvol aantrekken, boeien en binden van talent.

Door de krappe financiële situatie transformeren we de Ontwikkelpool naar een pool voor interne talenten; een begeleidingsprogramma voor reeds aanwezige talentvolle medewerkers die 1 tot 2 jaar in dienst zijn. Dit betekent geen uitbreiding van salariskosten voor nieuwe medewerkers. De kosten zijn dan beperkt tot begeleiding en opleidingskosten. Er wordt daarom aanbevolen deze medewerkers als onderdeel van het programma een deel van hun tijd (8 uur p/week) in te zetten voor integrale opgaven binnen onze organisatie. Om dit capaciteitsverlies bij de teams te compenseren wordt ook een klein budget gevraagd. Een kwart van de kosten wordt vergoed, de rest wordt door de eigen teams betaald. De totale kosten zijn € 175.000 uitgaande van een groep van gemiddeld 12 deelnemers. De kosten van € 100.000 in 2021 zijn verwerkt in deze kaderbrief. De besluitvorming over nieuw beleid vanaf 2022 vindt plaats bij de Programmabegroting 2021 (zie hoofdstuk financiële keuzes en positie).

Bijsturing

AD.09 Gedeeltelijk aanspreken behoedzaamheidsruimte

Bij de programmabegroting 2020 is een meevaller op de Algemene uitkering omgezet in structurele behoedzaamheidsruimte van 2,0 miljoen in 2022 en € 3,0 miljoen vanaf 2023. Bij deze kaderbrief stellen we voor om deze ruimte in 2022 voor 2,0 miljoen in te zetten en in 2023 eveneens voor 2,0 miljoen. Binnen het financieel hek rond het sociaal domein is in 2024 sprake van een nog niet ingevulde structurele taakstelling van 4,7 miljoen. Een dergelijke taakstelling moet worden gecorrigeerd op het structureel begrotingsevenwicht. Na deze correctie is in 2024 sprake van een structureel tekort van afgerond 1,2 miljoen. Om te zorgen dat de begroting weer structureel sluitend is, stellen we voor om de structurele behoedzaamheidsruimte vanaf 2024 met € 1,5 miljoen te verhogen. We kiezen er bewust voor om niet de taakstelling op sociaal domein met dit bedrag te verlagen. Zo houden we de financiële problematiek binnen het sociaal domein goed in beeld en kunnen we financieel blijven sturen. Dekking voor het verhogen van de structurele behoedzaamheidsbuffer moet komen uit een brede herprioritering op onze lopende ambities voor 2024 (zie AD.11).

Na verwerking van de Kaderbrief resteert een structurele behoedzaamheidsbuffer van 1,0 miljoen in 2023 en € 4,5 miljoen vanaf 2024.

AD.10 Inzet reserve afschrijvingen investeringen

In het meerjarenbeeld 2020-2024 is sprake van forse incidentele problematiek in de eerste jaren. Om deze problematiek op te kunnen vangen stellen we voor om een bedrag vrij te laten vallen uit de reserve afschrijvingen investeringen ('kasschuif'). In deze reserve wordt dekking uit bestemmingsreserves gestort die zijn opgebouwd voor het dekken van kapitaallasten. Vervolgens valt de reserve gelijk met de jaarlijkse afschrijvingen vrij. Door deze kapitaallasten in het meerjarenbeeld structureel te dekken, kan het corresponderende deel van de reserve afschrijvingen vrij vallen. Om het beeld van het weerstandsvermogen niet te vervuilen, worden de middelen niet toegevoegd aan de concernreserve maar aan de reserve budgetoverheveling. Vanuit deze reserve vinden in 2021, 2022 en de 2023 de opgenomen onttrekkingen plaats. In deze kaderbrief valt € 15,1 miljoen vrij, waardoor vanaf 2024 voortaan € 416.000 aan kapitaallasten structureel wordt gedekt.

AD.11 Herprioritering bestaande ambities 2024 t.b.v. structureel evenwicht

Ter dekking van de voorgestelde maatregelen om te komen tot een structureel begrotingsevenwicht voeren we richting de Programmabegroting 2021 een herprioritering op onze structureel gedekte lopende ambities voor 2024 uit. Hiermee zorgen we voor een structureel sluitende begroting (zie ook AD.09)