Ga naar boven

Inleiding

Voor de periode 2018 – 2021 zullen binnen het programma Werk en Inkomen de volgende beleidsinhoudelijke thema’s een belangrijke rol spelen:

De gemeente Leiden is samen met andere gemeenten en de VNG in gesprek met het rijk over de hoogte van het macrobudget Buig (gebundelde uitkering bijstandsbudget). Al een aantal jaren achtereen is het macrobudget te laag gebleken wanneer dat achteraf wordt afgezet tegen de uitgaven van alle gemeenten tezamen. Het rijk lijkt het risico van verkeerde inschattingen van beleidseffecten eenzijdig bij gemeenten neer te leggen. Een passend macrobudget is het doel van de lobby.

Ook trekt Leiden als actief lid van Cedris (de landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en re-integratie) samen met de VNG op voor meer middelen in het participatiebudget. De verlaging van het participatiebudget houdt rekening met een uitstroom uit de ‘oude wsw’. Het werkelijke uitstroompercentage van de oud-wsw-ers is veel lager dan dat deze volgens de berekening van het rijk zou zijn. De kosten van de oud-wsw-ers drukken daardoor onevenredig zwaar op het participatiebudget.

Participatiewet
De groei van het aantal bijstandsuitkeringen ten gevolge van de overgang van WWB naar Participatiewet per 1 januari 2015 was voorzien. Mensen met een beperking, die ondanks die beperking wel arbeidsmogelijkheden hebben, gaan aan het werk met loonkostensubsidie of maken aanspraak op een bijstandsuitkering. In beide gevallen komen de kosten hiervan (deels) ten laste van de gemeente. Hoewel de toename zal afvlakken bij economische groei moeten we er rekening mee houden dat blijvend een groter aantal mensen een beroep doet op bijstand (en loonkostensubsidie) dan in het verleden onder de WWB. De bijdrage van het Rijk in de kosten van bijstand blijft een onzekere factor. Het budget wordt jaarlijks vastgesteld en kan per jaar sterk verschillen.

In lijn met de transformatiegedachte in het sociaal domein benadert het team Werk en Inkomen de bijstandsaanvrager met een ‘brede blik’. Er wordt niet alleen gekeken naar inkomen en vermogen en de mogelijkheden van werk of scholing, maar ook naar de overige omstandigheden van de klant. Daarbij wordt samengewerkt met de andere instanties, die bij die specifieke klant betrokken zijn.

Deze ontwikkelingen, een groter bestand en een integrale benadering, vergen een forse  uitbreiding van de formatie van Werk en Inkomen.

Ten tijde van het schrijven van deze tekst is nog niets te zeggen over wat de gevolgen zullen zijn van de komst van een nieuw kabinet voor de uitvoering van de Participatiewet. Een zwaarwegend punt is of de afspraken van het sociaal akkoord van 2013 in stand blijven.

Armoedebestrijding
Om aan het beroep op het minimabeleid te kunnen blijven voldoen, is extra budget nodig. We weten de doelgroep beter te bereiken. Het minimabeleid heeft als eerste doelstelling de toename van maatschappelijke participatie van mensen met lage inkomens. Dat doel wordt nu  vooral bereikt met financiële ondersteuning. Gezien de stijgende kosten zal op termijn  moeten worden onderzocht of hetzelfde doel niet op een andere, minder kostbare wijze bereikt kan worden. Gedacht wordt aan een betere afstemming van de vele initiatieven, zowel van de gemeente als van particulieren, meer samenwerking in de regio en maatregelen om mensen blijvend uit de armoede te helpen in plaats van alleen de schade te beperken. Stip op de horizon is een integraal armoedebeleid waarbij ook hier weer de uitgangspunten van de transformatie in het sociaal domein leidend zijn. Bestrijding van de gevolgen van armoede voor kinderen blijft een heel belangrijk aandachtspunt.

Schuldhulpverlening
Steeds meer mensen hebben problematische schulden. Met de pilot vroegsignalering wordt in Leiden een belangrijke stap gezet om het uitgroeien van problematische schulden te voorkomen. Investeren in deze pilot en in uitbreiding daarvan voorkomt hoge kosten in de toekomst, zowel voor de betreffende inwoner als voor de ‘maatschappij’.