Kaderbrief 2021-2025

Inleiding en financieel perspectief sociaal domein: iedereen telt mee en doet mee

Leiden is een sociale stad voor iedereen, van jong tot oud en met inwoners uit alle windstreken. Iedereen telt mee en doet mee. Om die visie te realiseren continueren we de doorontwikkeling van het sociaal domein, waarbij bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid belangrijke opgaves zijn. Op die manier kunnen we kwaliteit van zorg en ondersteuning voor onze inwoners blijven bieden. De urgente financiële situatie in het sociaal domein, de maatschappelijke effecten van corona en de druk op de beschikbare ruimte in de stad maken de opgave om een sociale stad te zijn en blijven waarin iedereen meetelt en meedoet groter.
Ook is er veel beweging op rijksniveau. Een nieuw regeerakkoord met een kabinet leidt waarschijnlijk tot andere inhoudelijke keuzes en aanpassing van de koers voor sociale onderwerpen. Ook de herverdeling van het gemeentefonds heeft waarschijnlijk grote impact op (de financiën) het sociaal domein.

In deze inleiding gaan we in op een aantal actuele onderwerpen voor het sociaal domein, om zo een algemeen beeld te geven van de stand van zaken en opgaves voor de komende jaren. Dit zijn achtereenvolgens:

  • Impact corona;
  • Overige actuele ontwikkelingen;
  • Visie sociaal domein: duidelijke sturing in het sociaal domein;
  • Financieel perspectief.

Impact corona en maatschappelijke effecten

De gevolgen van corona voor de sociale stad zijn tweeledig. Enerzijds moeten we, ook al is er licht aan het einde van de tunnel, ons dagelijks aanpassen aan de regels die er zijn om de verspreiding van corona te beperken. Mensen zijn meer thuis, hebben minder sociale contacten, er is meer financiële stress in huishoudens, we sporten op andere manieren en maken meer gebruik van de openbare ruimte. Anderzijds zien we ook dat corona op de langere termijn effecten heeft op onze inwoners. Zo leidde de sluiting van scholen tot grotere leerachterstanden bij kinderen, leidde minder sociaal contact tot meer eenzaamheid, tot meer psychosociale en psychiatrische problematiek en ook tot meer huiselijk geweld. Corona leidt ook tot kansen, zoals het vormgeven van beroepsonderwijs met digitale en fysieke onderdelen, en tot het ontstaan van nieuwe digitale vormen van (jeugd)participatie. Ook de aandacht voor gezondheid als thema neemt toe. We houden de ontwikkelingen als gevolg van corona goed in beeld via de corona monitor van het Social Impact Team. Hierover wordt u binnenkort via een collegebrief geïnformeerd.
Het vraagstuk hoe goede hulp en ondersteuning voor onze burgers te organiseren, is al moeilijk te beantwoorden vanwege de grote tekorten. Vanwege corona wordt dit alleen maar ingewikkelder. We zien in 2021 een toename in de vraag naar zorg en ondersteuning bij de Sociale Wijkteams, Jeugd- en Gezinsteams en specialistische jeugdhulp.

Overige actuele ontwikkelingen

Er is een aantal andere ontwikkelingen die we hier willen benoemen, omdat ze van invloed zijn op de doorontwikkeling van het sociaal domein de komende jaren.

Een gezond en vitaal Leiden

De landelijke aandacht voor gezondheid neemt toe, mede als gevolg van corona. In de propositie ‘De winst van het sociaal domein’ (VNG, G40 ea.,maart 2020) is gezondheid, tegelijk met bestaanszekerheid en kansengelijkheid, benoemd als een van de kernopgaven waar rijk en gemeenten de komende jaren samen aan moeten werken. Daarbij spelen vraagstukken als hoe zorgen we voor een openbare ruimte die bewegen stimuleert? In hoeverre wil het rijk de consumptie van ongezonde producten meer ontmoedigen? Hoe maken we afspraken met verzekeraars over het verdelen van de opbrengsten van preventie? En hoe organiseren we zorg en preventie (in brede zin) in de toekomst?

We willen dat alle Leidenaren zich gezond voelen, zo vitaal mogelijk leven en voldoende bewegen. Alleen door voldoende te investeren in de gezondheid van onze inwoners kunnen we de vraag naar duurdere hulp en ondersteuning voorkomen. Dit geldt voor alle inwoners, vanaf min negen maanden. Het gaat niet alleen om fysieke gezondheid (een gezond gewicht en voldoende bewegen) maar ook over mentale gezondheid. Hieronder vallen bijvoorbeeld het hebben van voldoende veerkracht om tegenslagen op te vangen, het voldoende weerbaar zijn om verleidingen (zoals drugs en alcohol) te kunnen weerstaan en het hebben van voldoende sociaal contact om eenzaamheid te voorkomen).

De aandacht voor gezondheid en preventie is in Leiden al verankerd in diverse besluiten, zoals het Beleidskader Sport & Gezondheid 2019-2023, het Leids Preventieakkoord en het Leids Sportakkoord . Ook werken we met onze kennispartners aan meer kennis over gezondheid en leefstijl, onder meer via het Healthy Society Centre.

Landelijke ontwikkelingen

De samenstelling van het nieuwe kabinet en de inhoud van het komende regeerakkoord zullen van grote invloed zijn op het sociaal domein. Het kan gaan om een duidelijk andere politieke koers en er zal richting worden gegeven aan een aantal actuele dossiers zoals het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdhulp.

De vraag naar jeugdhulp neemt nog steeds toe, en daarmee worden ook de tekorten in de jeugdhulp groter. De dialoog die gemeenten en rijk het afgelopen jaar hebben gevoerd over de organisatie en financiering van de jeugdhulp hebben geleid tot een onderzoek door AEF. AEF concludeerde dat gemeenten € 1,7 miljard tekortkomen. Vervolgen heeft de Commissie Sint een aantal scenario’s uitgewerkt die zouden kunnen leiden tot lagere uitgaven. Uiteindelijk heeft de VNG een arbitrage ingeroepen. Deze commissie adviseert het rijk om gemeenten vanaf 2022 extra middelen toe te kennen (in 2022 € 1,9 miljard) maar ook om voor het eind van dit jaar gezamenlijk een ontwikkelagenda te maken waarmee de rijksbijdrage in een periode tot 2028 af kan nemen en de kwaliteit van de jeugdzorg toe kan nemen. In de ontwikkelagenda jeugdhulp spelen ook onderwerpen als het schaalniveau van organiseren van de meest specialistische vormen van jeugdhulp, verplichte regionale samenwerking voor bepaalde vormen van jeugdhulp en een discussie over wat wel en wat geen jeugdhulp zou moeten zijn. Ook in de discussie over de houdbaarheid van het stelsel van de Wet maatschappelijke ondersteuning speelt de vraag wat de reikwijdte van de WMO in de toekomst zou moeten zijn . Landelijk, en mogelijk ook in Leiden, zal er gesproken moeten worden over waar de overheid voor zorgt en waar inwoners zelf verantwoordelijk voor zijn en waar ze zich op voor kunnen bereiden. Ook deze discussie zal nodig zijn om de WMO beheersbaar te maken. We verwachten dat er in een regeerakkoord of door een nieuw kabinet een antwoord gegeven gaat worden over onder meer de effecten van het abonnementstarief. Tot slot is de herverdeling van het gemeentefonds per 2023 nog in volle gang.

Visie sociaal domein

In 2019 is de Visie Sociaal Domein ‘Iedereen telt mee en doet mee’ vastgesteld (RV 19.0029). We voeren deze visie al een aantal jaar uit: onder meer bijsturingsmaatregelen uit 2019 en 2020 zijn getoetst aan deze visie en ook hebben we geïnvesteerd in de basisinfrastructuur via de Sterke Sociale Basis en open wijksportparken. Ook zijn bijvoorbeeld beweegsleutels voor de inrichting van de openbare ruimte vastgesteld. We adviseren een nieuw college de komende jaren deze visie blijven uitvoeren, waarbij de visie leidend kan zijn bij de te maken keuzes in houden van grip op en het betaalbaar houden van het sociaal domein. Wij geloven erin dat preventie werkt en een kostenbesparend effect heeft.

In deze context is ook een dialoog met de stad van belang, waarbij er tussen bestuur en stad een gesprek gevoerd wordt over waar de grens loopt tussen verantwoordelijkheden van de gemeente om bepaalde voorzieningen te bieden en verantwoordelijkheden van inwoners om bepaalde voorzieningen zelf te organiseren.

Door de investeren in een goed stadsklimaat en een goede basisinfrastructuur kunnen we ook de best mogelijke ondersteuning aan onze kwetsbare inwoners blijven bieden. Voor Wmo en jeugdhulp werken we aan een nieuwe inrichting van de toegang, waarvoor we met het nieuwe kabinet waarschijnlijk ook nieuwe mogelijkheden krijgen.

Financieel perspectief: binnen en buiten het hek

In 2020 hebben we activiteiten binnen en buiten het hek rond het sociaal domein uitgevoerd. Dit hek is rond een deel van het sociaal domein geplaatst in de Programmabegroting 2019. Voorbeelden van activiteiten/beleidsterreinen die buiten het hek vallen zijn speelplekken, onderwijsbeleid, onderwijshuisvesting, sport, en de BUIG (rijksgeld voor bijstandsuitkeringen).

Voor inspanningen binnen het hek geldt dat positieve effecten van beleid, zoals collectiveren, direct terecht komen bij het sociaal domein. Een voorbeeld hiervan is de Sterke Sociale Basis. Door een sterke sociale basisinfrastructuur te realiseren verwachten we dat minder mensen een beroep doen op individuele Wmo-voorzieningen en/of het sociaal wijkteam. Op deze manier sluit het hek aan bij de Visie sociaal domein (zie eerder in dit hoofdstuk). Naast deze inhoudelijke keuze leidt het hek er ook toe dat er een financieel gesloten systeem ontstaat.

Belangrijkste financiële ontwikkelingen

Startsituatie

De begroting van het sociaal domein binnen het hek is voorafgaand aan deze Kaderbrief meerjarig niet sluitend. Er is in de Programmabegroting 2021-2025 een stelpost voor het sociaal domein binnen het hek opgenomen van incidenteel 2,6 miljoen in 2023 en structureel 4,7 miljoen vanaf 2024, zoals besloten in de kaderbrief 2020-2024. De nieuwe ontwikkelingen staan in onderstaande tabel. De nieuwe ontwikkelingen in het sociaal domein, die op de programma’s zijn toegelicht, leiden tot een verslechtering van het financiële meerjarenbeeld. Het structurele tekort stijgt van 4,7 miljoen naar 6,9 miljoen vanaf 2025 als er geen aanvullende maatregelen worden genomen of extra middelen door het kabinet beschikbaar worden gesteld.

Tabel: ontwikkelingen sociaal domein (x € 1.000)

 

2021

2022

2023

2024

2025

Programma 7 Jeugd & Onderwijs

     

PBG Jeugdzorg

700

700

700

700

700

TWO begroting 2021-2025

1.177

2.087

1.754

1.584

908

uitvoeringskosten jeugdhulp

108

80

   

extra rijksmiddelen jeugdhulp

-2.600

    

storting reserve sociaal domein

615

    

onttrekking reserve sociaal domein

 

-2.867

-2.454

  
      

Programma 9 Maatschappelijke ondersteuning

     

niet compenseren kosten Wmo-abonnementstarief

900

1.150

1.400

1.650

1.650

niet volledig realiseren bezuiniging SWT door corona

250

    

Jeugdparticipatie

 

134

134

134

134

doorontwikkeling clientondersteuning

200

200

   

extra rijksmiddelen clientondersteuning

-200

-200

   

Wmo maatwerkvoorzieningen

-834

-1.059

-1.234

-1.335

-1.335

Eigen bijdrage

-250

    

preventie interventie team

 

230

   

monitor sociaal domein

55

60

110

  

healthy society

 

50

   

huisvestingslasten Telderskade

  

68

68

68

extra plankosten team BMO (binnen hek)

 

94

94

94

94

onttrekking reserve sociaal domein

-121

-658

-571

  
      

Programma 10 Werk en Inkomen

     

TONK uitkeringen en uitvoeringskosten

605

    

TONK rijksmiddelen

-605

    

totaal saldo aanmeldingen

0

0

0

2.895

2.219

taakstelling sociaal domein oud

  

2.630

4.700

4.700

onttrekking reserve sociaal domein

  

-1.009

  

taakstelling sociaal domein nieuw

  

1.621

7.595

6.919

Onzekere factoren 

Er is een aantal ontwikkelingen waarvan de financiële consequenties op dit moment nog niet bekend zijn, zoals de structurele doorwerking na 2022 van de arbitrage inzake jeugdhulp, de herijking van het gemeentefonds en het nieuwe regeerakkoord (zie ook beschrijving onder ‘Overige actuele ontwikkelingen’ hierboven). De uitkomsten van de meicirculaire 2021 en de extra middelen jeugdhulp voor 2022 konden niet meer in deze paragraaf worden opgenomen. Ook de daling van het aantal inwoners zal invloed hebben op de budgetten. Dit leidt immers tot een lagere algemene uitkering en dus minder middelen voor het sociaal domein.

Jeugdhulp

Recent heeft het Rijk 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor jeugdhulp. Leiden zal circa 2,6 miljoen ontvangen. Het Rijk heeft ook toegezegd dat er structureel extra middelen beschikbaar zullen komen in combinatie met maatregelen die er toe moeten leiden dat de uitgaven houdbaar blijven. De provincie heeft in de begrotingsuitgangspunten laten opnemen dat de toezegging van extra structurele middelen niet in de ramingen mag worden verwerkt. De arbitrage jeugdhulp lijkt te leiden tot een compensatie voor alle gemeenten van de tekorten in de jeugdhulp. Vooralsnog heeft het kabinet alleen voor 2022 besloten om extra middelen beschikbaar te stellen. De structurele doorwerking hiervan is nog onzeker.
De huidige meerjarenbegroting kent een tweetal forse taakstellingen/stelposten op de jeugdhulp. Ten eerste is er een stelpost opgenomen voor de extra middelen jeugdhulp van landelijk 300 miljoen (Leiden 1,946 miljoen) die zijn toegezegd voor de periode 2019 t/m 2022. Ten tweede is er een gemeentelijke taakstelling op de toegang en inkoop van 1,92 miljoen. Beide ontwikkelingen staan in tabel 2 hieronder weergegeven.
Vanwege de extra beschikbaar gestelde rijksmiddelen voor 2021 / 2022 en de toezegging dat er structureel extra middelen beschikbaar komen (uitkomst arbitrage), worden de hierboven genoemde stelpost en taakstelling als minder risicovol beschouwd.

Tabel: majeure taakstellingen in het sociaal domein (bedragen x 1.000)

 

2021

2022

2023

2024

2025

Taakstelling toegang en inkoop jeugdhulp

864

1.081

1.449

1.923

1.923

Stelpost jeugdhulp Rijk

0

0

1.946

1.946

1.946

totaal

0

1.081

3.395

3.869

3.869

Conclusie: keuze van het College

We streven voor 2024-2025 naar een reëel en structureel begrotingsevenwicht. Het hek rond het sociaal domein houden we in stand door nieuwe tekorten in afwachting van de uitkomsten van de kabinetsonderhandelingen taakstellend op te nemen. Hiertegenover verhogen we echter ook de structurele behoedzaamheidsruimte. Zo blijft de begroting in 2024-2025 structureel sluitend. Na de nu nog onzekere factoren, maar naar verwachting positieve uitkomsten van herijking van de verdeling van het gemeentefonds en de kabinetsonderhandelingen voor het sociaal domein zal door het nieuwe college opnieuw moeten worden gekeken naar de algehele financiële situatie in het sociaal domein.

Uitkomsten jaarrekening 2020

In de jaarrekening 2020 is een voordeel op het sociaal domein (binnen het hek) behaald van afgerond
7,9 miljoen en daarvan heeft 3,54 miljoen een regionale bestemming. Dit regionale deel kan niet worden aangewend voor het tekort van Leiden. Het grootste deel van het lokale voordeel van 4,34 miljoen is incidenteel van karakter. De structurele effecten uit de jaarrekening 2020 zijn verwerkt in de kaderbrief 2021-2025. De twee grootste lokale voordelige afwijkingen in het sociaal domein uit de jaarrekening 2020 worden hieronder toegelicht.

Voordeel DZB (1.352.000) 

WSW. Gedurende het jaar is vooruitlopend op de financiële effecten van de Coronacrisis 730.000 overgeheveld vanuit het weerstandvermogen van DZB naar de begroting. Dit bleek achteraf maar ten dele nodig, waardoor er in 2020 een positief begrotingsresultaat van 516.000 is geboekt. Er is sprake van een lagere instroom in dienstverbanden via de Participatiewet en er is sprake van financiële voordelen uit voorgaande jaren, zoals de nabetaling van het UWV voor de afgelopen jaren door DZB uitbetaalde transitievergoedingen en een aantal te hoog ingeschatte verplichtingen. De inkomsten van de leerwerkbedrijven zijn als gevolg van de maatregelen fors lager uitgevallen, hetgeen deels is gecompenseerd door het Rijk.

Re-integratie. Het ontstane voordeel van 516.000 is incidenteel. Een aantal vacatures is in 2020 niet vervuld, er zijn minder opstapsubsidies verstrekt en er zijn minder kosten gemaakt voor opleidingen voor werkzoekenden. Corona heeft hieraan deels bijgedragen. Daarnaast zijn er een paar verplichtingen (320.000) vrijgevallen: de teveel begrote opstapsubsidies uit 2019 en de belastingverplichting over 2016-2019 (als gevolg van uitspraak Hoge Raad over compenseerbaarheid BTW op kosten in het re-integratieproces).

Voordeel PGB Begeleiding (680.000)

De SVB is niet in staat om de PGB-bestedingen te splitsen in begeleiding en beschermd wonen. Begin oktober is het eerste bestedingsoverzicht over 2020 van het SVB ontvangen. Met behulp van eigen bestanden is vervolgens de splitsing gemaakt in begeleiding en beschermd wonen. Daaruit is gebleken dat de kosten begeleiding 680.000 structureel lager waren dan verwacht.

Voor een nadere specificatie van het voordeel wordt verwezen naar de Bijzondere paragraaf Doorontwikkeling sociaal domein en de toelichting op de programmabudgetten van de programma’s 7, 9 en 10 in de jaarrekening 2020.

Stand en verloop van de reserve sociaal domein

Na bestemming resultaat 2020 zit er 8,56 miljoen in de reserve. Afgesproken is dat de reserve tenminste 1,5 miljoen bevat om risico’s af te dekken. Daardoor is er voldoende ruimte om de incidentele tekorten in 2022 af te dekken. Daarnaast wordt 1,0 miljoen ingezet voor de taakstelling van 2023.

Tabel: stand en verloop reserve sociaal domein (bedragen x 1.000)

Stand na bestemming resultaat 2020

7.965

Nodig voor opvang risico’s

-/- 1.500

Beschikbaar voor incidentele tekorten

6.465

Incidentele tekorten 2021 t/m 2023

-/- 5.455

Nog beschikbaar

1.009

Inzetten voor taakstelling sociaal domein oud 2023

-/- 1.009