Kaderbrief 2020-2024

Financieel perspectief “Duurzame stad”

In het Beleidsakkoord ‘Samen maken we de Stad’ is besloten om te investeren in verstedelijking en duurzaamheid om de stad zo nog toekomstbestendiger, natuurlijker en veiliger te maken. In februari 2019 heeft het college besloten om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te organiseren in drie duurzaamheidsopgaven: energietransitie, klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, circulaire economie en afval. De opgave ‘Duurzame stad’ bestaat sindsdien uit de volgende vijf onderdelen:

  1. Verstedelijking;
  2. Mobiliteit;
  3. Energietransitie;
  4. Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening;
  5. Circulaire economie en afval

Met de investeringen in duurzaamheidsopgaven draagt Leiden bij aan verscheidene Global Goals van de Verenigde Naties:

Om de opgave Duurzame Stad financieel mogelijk te maken is structureel 3 miljoen per jaar beschikbaar gesteld en is in 2019 het eerste Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS) opgesteld. Daarin wordt met een periode van 10 jaar vooruit gekeken omdat de tijdshorizon en ambities op het gebied van duurzame verstedelijking een lange adem vergen. Het doel van het FPDS is om jaarlijks een integraal inhoudelijk en vooral financieel beeld te bieden van de invulling van de ambities uit de opgave. Voor elk van de vijf hoofdopgaven binnen het programma Duurzame Stad wordt geschetst waar de investeringen op gericht zijn en hoe deze bekostigd worden. Onderdeel daarvan is de inzet van de reserve Duurzame stad voor de periode tot en met 2030. Het FPDS is daarmee een middel om overzicht te hebben op de financiën, risico’s en kansen van de ambities rondom de duurzame stad. De vijf hoofdopgaven voor een duurzame stad hebben een sterke inhoudelijke relatie, in het FPDS worden ze toch ook apart beschouwd om het inzicht per thema scherp te houden en de relatie met bestuurlijke portefeuilles goed in beeld te kunnen brengen. Ook de relatie met de programmabegroting wordt zo gelegd.

Het nu voorliggende FPDS heeft als doel om het vorige financieel perspectief te actualiseren door aan te geven waar de plannen voor de verschillende opgaven zijn gewijzigd, zowel financieel als inhoudelijk. De Uitvoeringsbesluiten en Uitvoeringsprogramma’s[1] die zijn ontwikkeld of binnenkort worden vastgesteld hebben de gelden vanuit het fonds Duurzame Stad als financiële kaders gebruikt. Dat betekent vooralsnog dat er geen grote wijzigingen plaatsvinden in het fonds.

Voor deze eerste actualisatie van het FPDS betekent het dat er is gekozen voor een hoofdzakelijk instrumentele update met een aantal verschuivingen in de planning. De belangrijkste aandachtspunten bij de actualisatie van het FPDS 2020 zijn hieronder weergegeven.

Reservering verhogen: onrendabele toppen verstedelijkingsprojecten

Voor duurzame verstedelijkingsprojecten, die vanwege integrale doelstellingen (betaalbaar programma, bereikbaarheid, duurzaamheid, kwaliteit publieke ruimte, etc.) niet rendabel te realiseren zijn, worden in het FPDS twee reserveringen aangegeven. Van de 3 miljoen per jaar voor duurzame stad wordt jaarlijks gemiddeld 700.000,- gereserveerd. Daarnaast kan de reserve Grondexploitaties worden ingezet om negatieve grondexploitaties te faciliteren. De beschikbare ruimte binnen deze reserve is momenteel ca 4,5 miljoen (stand 2019) en daarnaast is nog eens 4 miljoen apart gezet in de reserve Herontwikkeling Stationsgebied.

Vanaf 2020 is er door het ministerie van BZK voor de periode 2020 t/m 2023 een bijdrageregeling voor versnelling van betaalbare woningen beschikbaar (de Woningbouwimpuls 2020 – WBi). Gemeente Leiden doet met meerdere, onrendabele verstedelijkingsprojecten een beroep op deze regeling: Werninkterrein; Lammenschansstrip en Leiden Campus. Deze aanvragen worden als kansrijk ingeschat, maar vragen om een eigen aandeel van circa 50% in de financiering van het tekort. In de loop van 2020 moet duidelijk worden in welke mate de tekorten van de aangedragen projecten ontvankelijk zijn voor de WBi. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een reservering van 10-15 miljoen om een zelfde bedrag aan rijksbijdrage te kunnen ontvangen. Daartoe worden de reserve duurzame verstedelijking en reserve grondexploitatie als reserveringen gehandhaafd in ieder geval tot het formeel indienen van de aanvragen voor de WBi (naar verwachting per 1 juli 2020).

Deel aanvullende bekostiging ingevuld: mobiliteitsvisie - parkeertarieven

In de Parkeervisie is opgenomen dat om de modal shift (het nastreven van een hoger aandeel in gebruik van lopen, fietsen en openbaar vervoer) en de doelen voor duurzame mobiliteit te bereiken, de parkeertarieven in zowel 2021 als 2022 met 0,30 omhoog gaan. Via het Financieel Perspectief Duurzame Stad investeert de gemeente deze extra inkomsten in in de duurzame stad en met name duurzame mobiliteit. Hiermee is een groot deel van de nog in te vullen aanvullende bekostiging voor het FPDS ingevuld. Er blijft hiernaast vanaf 2023 een taakstelling openstaan van gemiddeld 580.000,- per jaar om het FPDS sluitend gedekt te krijgen. Er zal in 2020 een voorstel gemaakt worden om ook aan de resterende taakstelling invulling te geven. In de tweede helft van 2020 wordt de Nota kostenverhaal bovenwijks naar besluitvorming gebracht. Bij de actualisatie van het FPDS2021 volgt voor deze taakstelling een voorstel. Hierbij zal, naast het kostenverhaal, gekeken worden naar de extra ontvangen middelen bijvoorbeeld vanuit de uitkering (groei voor groei), subsidies of uitkeringen specifiek voor de duurzame stad.

Vrijval kapitaallasten: ten gunste van reserve FPDS

In deze actualisatie is de meest recente planning van de investeringen opgenomen (zie bijlage 1 van het FPDS). Dit betekent dat het merendeel van de investeringen later starten, maar ook is rekening gehouden met wanneer deze investeringen worden afgerond. Dit leidt tot een forse verschuiving van kapitaallasten en in een incidentele en–zekere– vrijval van kapitaallasten in de eerste jaren waardoor een financiële ruimte ontstaat[2]. Door de incidentele vrijval ten gunste van de reserve FPDS te laten vrijvallen, kan er ruimte ontstaan om extra beleid binnen het FPDS –thema of generiek– in te vullen of om een deel van de nog openstaande taakstelling in te vullen.

Incidenteel financiële ruimte: 950.000

In totaliteit is de incidenteel in te zetten ruimte op dit moment € 950.000. Voorstel van het college B&W is om € 500.000 hiervan te reserveren binnen de reserve duurzame verstedelijking ten behoeve van de cofinanciering OV-knoop. Daarnaast wordt 250.000 beschikbaar gesteld voor projecten op het gebied van biodivers vergroenen. Tot slot wordt 200.000 gereserveerd voor de uitvoering van de bedrijventerreinenstrategie (transformatie, verdichting en vergroening).

Het geactualiseerde verloop van de in de reserve Duurzame stad beschikbare middelen met een doorkijk tot 2030 is opgenomen in bijlage van het FPDS.

[1] 

[2] Dit betreft met name een voordeel in de wijkvervangingsprojecten. Als gevolg van gedetailleerde uitvoeringsplanning wijkvervangingsprojecten wijzigen de kapitaallasten in fasering, dit resulteert tot een voordeel in de kapitaallast omdat de afschrijving later start.