Ga naar boven

Financiële ontwikkelingen

Prg

Ontwikkeling

Aanm

Onderwerp

PF

L/B

I/S

2020

2021

2022

2023

11

Autonoom

11.01

Onderuitputting kapitaallasten

OS&F

L

I

-415

-186

-30

-318

11.02

Ontwikkeling kapitaallasten 2020 - 2023

OS&F

L

I

-948

-1.361

-3.557

1.006

11.03

Bijdrage VNG

OS&F

L

S

201

201

201

201

11.04

Ontwikkeling algemene uitkering

OS&F

B

S

-1.418

-1.409

-2.845

-6.099

Ontwikkeling algemene uitkering, reservering areaal uitbreiding

OS&F

L

S

0

0

100

200

Algemene uitkering (daling overschot BTW-compensatiefonds)

OS&F

B

S

3.446

4.006

4.927

4.927

11.05

Ontwikkeling OZB niet-woningen

OS&F

B

S

500

500

500

500

11.06

Dividend Alliander

OS&F

B

S

0

-500

-500

-500

Dividend BNG

OS&F

B

S

-400

-400

-400

-400

11.07

CAO 2019/2020

OS&F

L

S

1.000

1.000

1.000

1.000

11.08

Treasury

OS&F

L

S

-576

-934

169

984

Tot. Autonoom

1.390

917

-435

1.501

Bijsturing

11.10

Rekenrente

OS&F

L

S

-584

-1.015

-1.448

-1.695

11.11

Heroverweging bedrijfsvoering index

OS&F

L

S

0

0

0

-500

11.12

Herbeoordeling tempo realisatie investeringen

OS&F

L

S

-250

-500

-1.000

-1.000

11.15

Reserve afschrijvingen investeringen

OS&F

B

S

320

320

320

320

Tot. Bijsturing

-514

-1.195

-2.128

-2.875

Tot.

876

-278

-2.563

-1.374

Autonoom

11.01 Onderuitputting kapitaallasten 

Betreft onderuitputting van kapitaallasten op investeringen in de bedrijfsvoering.

11.02 Ontwikkeling kapitaallasten 2020 - 2023

Bij het opstellen van de kaderbrief 2020 wordt de budgettaire ontwikkeling van de meerjarenkapitaallasten 2020 - 2023 bepaald. Dit op basis van het doorrekenen van de kapitaallasten van de afgeronde investeringen, lopende investeringen en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2019 - 2022, op basis van actuele cash-flows van investeringen die is uitgevraagd bij de budgethouders van investeringen

11.03 Bijdrage VNG fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU)

In 2018 is de directe betaling vanuit het Gemeentefonds aan de VNG voor gezamenlijke gemeentelijke uitvoering gestopt. Het bedrag van € 43,2 miljoen wordt nu via een bedrag per inwoner € 1,15 en een aanpassing van de uitkeringfactor uitgekeerd aan de gemeenten. De VNG stuurt vervolgens een factuur aan de gemeenten voor de bijdrage in het fonds GGU. In de begroting 2018 e.v. is abusievelijk het aandeel van de uitkeringsfactor in de bijdrage niet begroot. Hierdoor is het budget vanaf 2019 niet toereikend om de bijdrage te dekken. Met deze aanmelding wordt dit hersteld. De bijdrage voor 2019 bedraagt € 312.883. Begroot is een bijdrage van € 112.000. Verschil € 200.883.

11.04 Ontwikkeling algemene uitkering

De raming van de algemene uitkering baseren we op de stand van de septembercirculaire 2018. De begroting 2019 is gebaseerd op de meicirculaire 2018. De taakmutaties uit de septembercirculaire 2018 zijn met de decemberwijziging 2018 al verwerkt in de begroting 2019 e.v. De algemene wijzigingen verwerken we nu in de Eerste Bestuursrapportage en Kaderbrief.
Een nadere toelichting op de algemene uitkering staat in de bijlage Uitgangspunten meerjaren begroting (paragraaf 5.4).

11.05 Ontwikkeling OZB niet-woningen

De realisatie van de geraamde opbrengst OZB voor niet-woningen blijft achter bij de raming. De geraamde opbrengst moet met € 0,5 miljoen verlaagd worden.

11.06 Dividend Alliander, Dividend BNG

Zowel Alliander en de BNG realiseren in de afgelopen jaren een hoger resultaat dan verwacht. De raming voor de komende jaren wordt hierop aangepast. Structureel gaat het om een meevaller van € 0,9 miljoen.

11.07 Extra reservering voor CAO 2019/2020

De uitkomst van de CAO onderhandelingen is nog onzeker. Op basis van de uitkomst van de onderhandelingen in andere overheidssectoren verwachten wij een hogere stijging van de loonkosten dan begroot. Voorlopig houden we rekening met een stijging van 1% van de loonsom inclusief het effect op de gemeenschappelijke regelingen.

11.08 Treasury: mogelijk hogere rentekosten door vertraging realisatie investeringen

Vertraging van de realisatie van investeringen levert een voordeel op in de raming van kapitaallasten, zie 11.02 en 11.12. Daar tegenover staat dat de vertraging leidt tot mogelijk hogere kosten voor rente omdat we, uit behoedzaamheid, meerjarig met een oplopend rentepercentage rekenen.

Bijsturing

11.10 Aanpassen rekenrente aan renteontwikkeling

De rente ligt momenteel op een lager niveau (-0,5%) ten opzichte van de stand in 2018. In de meejarenraming houden we rekening met een jaarlijks oplopend rentepercentage van een half procent per jaar cumulatief (3% in 2023). Per saldo komt het rentepercentage nu jaarlijks 0,5% lager uit. Dit levert een structureel voordeel op van € 1,7 miljoen.

11.11 Heroverweging bedrijfsvoering index

De jaarlijkse taakstelling op indexering op overige goederen en diensten passen we ook toe in 2023.

11.12 Herbeoordeling tempo realisatie investeringen

Opnieuw hebben wij gekeken naar een realistische planning van de investeringen. Wij verwachten dat een aantal investeringen niet in het tempo gerealiseerd gaat worden dat tot voor kort werd geraamd. Bij de opstelling van het Meerjaren Investeringsprogramma voor de begroting 2020 zullen wij in beeld brengen welke investeringen gaan verschuiven..

11.15 Storting in concernreserve uit reserve afschrijvingen investeringen voor versterking weerstandvermogen.

De concernreserve kent momenteel een stand die onder het vereiste weerstandvermogen ligt. Om de concernreserve aan te vullen stellen wij voor een bedrag van € 8 miljoen uit de reserve afschrijvingen investeringen te onttrekken. Deze onttrekking heeft tot gevolg dat we jaarlijks € 320.000 minder kunnen onttrekken aan deze reserve. Dit nadeel wordt hier geraamd.