Ga naar boven

Financiële ontwikkelingen

NR

Soort

Onderwerp

L/B

I/S

PFH

2018

2019

2020

2021

10.01

Mee/Tegenvaller

Effect subsidiekorting WSW oud en krimp aantal WSW'ers.

B

S

Marleen Damen

424

500

500

0

Inzet reserves

Effect subsidiekorting WSW oud en krimp aantal WSW'ers.

B

S

Marleen Damen

-424

-500

-500

0

10.02

Autonoom

Kosten controle bijstand

B

S

Marleen Damen

-32

-32

-32

-32

L

S

Marleen Damen

85

85

85

85

10.03

Budgettair neutraal

formatie Werk & Inkomen en de Stadsbank

B

I

Marleen Damen

0

0

0

0

L

I

Marleen Damen

0

0

0

0

S

Marleen Damen

0

0

0

0

10.04

Mee/Tegenvaller

Minimabeleid & bijzondere bijstand

L

S

Marleen Damen

800

0

0

0

Totaal

854

54

54

54

10.01 Effect subsidiekorting WSW
De afname van het budget om de oude WSW uit te voeren gaat de komende jaren nog door. We houden er rekening mee dat dit tot een tekort in het participatiebudget kan leiden. Voor 2018 is het tekort naar verwachting € 424.300. Dit wordt gedekt uit de reserve zachte landing WSW. Het tekort voor de jaren vanaf 2019 is nog onzeker en hangt af van de definitieve ontwikkeling van de rijksbijdrage.

10.02 Bijstand 2017
Het aantal bijstandsgerechtigden is fors toegenomen in het eerste kwartaal van 2017. Dit past in de landelijke trend. Rekening moet worden gehouden met een tekort van € 3 miljoen op de begrote lasten als het huidige bestand stabiliseert. Wanneer het tekort van € 3 miljoen zich voordoet, dan heeft Leiden in principe recht op een aanvullende rijksuitkering van € 1,9 miljoen in 2017. Daarmee wordt het nog te dekken tekort teruggebracht naar € 1,1 miljoen. Omdat het rijksbudget jaar op jaar sterk kan fluctueren wordt het tekort in 2017 vooralsnog als incidenteel beschouwd. Om in aanmerking te komen voor een aanvullende rijksuitkering, moet er ook een set van maatregelen worden genomen die er toe leiden dat het tekort structureel afneemt. Ook dat pleit er voor om het tekort als incidenteel in 2017 op te nemen. De set van maatregelen zal worden voorgelegd aan de raad. De implementatie van de landelijke aanpak adreskwaliteit zal één van de maatregelen zijn. Om die te kunnen implementeren/uitvoeren is € 85.447 nodig. Een deel van de kosten, zijnde € 31.752, wordt vergoed door het LAA (Landelijk Aanpak Adresfraude).

10.03 Extra inzet uitvoering Werk en Inkomen/Stadsbank
Extra inzet op Werk en Inkomen en bij de Stadsbank is noodzakelijk in verband met stijging van het klantenbestand en uitbreiding van werkzaamheden: totaal € 683.500. De dekking voor die extra inzet kan komen uit de algemene uitkering. In de algemene uitkering zit circa € 3.600 voor uitvoeringskosten per uitkeringsgerechtigde. De groei van 321 uitkeringsgerechtigden zorgt voor een extra bate in de algemene uitkering van € 1,15 miljoen.

Werk en Inkomen: extra inzet is noodzakelijk om 3 redenen.
1) Het aantal uitkeringen is de afgelopen jaren met 10% gestegen (t.o.v. de prognose die in 2014 gedaan was). Redenen hiervan zijn de statushouders en het stoppen van de WSW en Wajong voor nieuwe instroom.
2) De samenstelling van het klantenbestand is veranderd. De economische groei is niet van invloed op hun uitstroom door de complexiteit van hun situatie/problemen.
3) We gaan met een 'brede blik' in gesprek met klanten over hun situatie: ook oog voor gezondheid (bijv. verslaving) en situatie van de kinderen. Zo'n integrale beoordeling en afstemming met partners kost meer tijd dan alleen het beoordelen 'wel/geen' inkomen. Hiervoor is extra inzet noodzakelijk. Ook extra werkzaamheden zijn tot op heden niet meeberekend in de formatie. Het gaat om extra gesprekken met bestaande klanten over hun situatie (klant in beeld gesprekken). Om die reden verlagen we de caseload per klantmanager met 4%. Het extra aantal uitkeringen zorgt ook voor extra werklast bij de ondersteuning. Die werklast vangen we deels op door slimmer te werken en het vereenvoudigen van werkprocessen. Totaal extra inzet werk en inkomen is 7,5 fte schaal 8 (€ 57.000): € 427.500. Het project JAS is incidenteel gefinancierd t/m 2018. Dit wordt verlengd t/m 2021, kosten € 250.000 per jaar.

Stadsbank: extra inzet is noodzakelijk om 3 redenen:
1) De samenstelling van het klantenbestand is ook voor de Stadsbank gewijzigd. De mensen die zich aanmelden krijgen hun in- en uitgaven niet meer passend. Niet omdat ze onnodige uitgaven doen maar omdat de stapeling van kosten niet meer te voldoen zijn met hun inkomsten. Ook is de complexiteit van de problemen enorm toegenomen. Dit kan komen door een eigen huisbezit maar ook door veel klanten met 'licht verstandelijke beperking' (LVB) problematiek en schuldeisers die minder geneigd zijn om mee te werken met een regeling.
2) De brede blik vraagt veel samenwerking van de schuldhulpverleners met de partners in de stad en de vrijwilligers om gezamelijk maatwerk te kunnen leveren.
3) Verder komt schuldenproblematiek bij 90% van de klanten voor die gesproken worden in de sociale wijkteams. Omdat de medewerkers in de sociale wijkteams nog onvoldoende kennis hebben over schuldhulpverlening wordt er een groot appèl gedaan op de professionals om informatie en kennis te delen. Dit in de vorm van informatiebijeenkomsten maar ook op casus niveau. Dit vergt veel extra tijd. 

10.04 Minimabeleid/Bijzondere bijstand
Er doet zich een stijging voor van het aantal verstrekkingen. Die deed zich ook al voor in 2016, maar is toen incidenteel verwerkt. In 2016 waren de extra kosten voor een fors deel toe te schrijven aan de statushouders. Nu voor 2017 is dat veel minder het geval. De kosten voor de collectieve ziektekostenverzekering nemen ook toe. Dat komt door een toename van het aantal deelnemers en door een forse verhoging van de maandpremie. Een deel van de extra kosten kan worden gedekt door het inzetten van het nog beschikbare extra rijksbudget van € 150.000 inzake de financiële maatwerkvoorziening.