Ga naar boven

Nieuw beleid

8.01 Intensiveren beleid Beeldende Kunst in de Openbare ruimte
Er is in Leiden geen structureel budget voor BKOR-initiatieven. De laatste keren dat er bij infrastructurele openbare projecten budget werd vrijgemaakt voor de toepassing van beeldende kunst waren de (her)inrichting van het park Matilo en de aankleding van de fietstunnels die liggen op de fietsroutes van het “Leidse Ommelanden Project”. Vorig jaar is bij de Kaderbrief 2017-2020 € 100.000 
beschikbaar gesteld aan Beelden in Leiden, te verdelen over de jaren 2017, 2018 en 2019, voor onder meer de jaarlijkse beeldententoonstelling op de Hooglandse Kerkgracht, voor verschillende (educatieve) activiteiten en voor het aankopen van beelden. Bij de behandeling van de tussenevaluatie van de Cultuurnota 2014-2018 is door het college toegezegd met een visie op beeldende kunst in de openbare ruimte te komen. De Raad krijgt deze zomer de nota “Visie op Beeldende Kunst in de Openbare Ruimte” aangeboden, waarbij o.a. wordt voorgesteld te besluiten tot het instellen en beheren van een fonds voor het realiseren van nieuwe beeldende kunst in de openbare ruimte, alsmede het aanstellen van een stadscurator. Vooruitlopend op deze nota en het raadsvoorstel stelt het college voor € 250.000 te storten in dit fonds, zodat bij vaststelling voortvarend een begin kan worden gemaakt.

8.02 Media Stimuleringsfonds
Op verzoek van uw raad is de notitie “Lokaal Medialandschap Leiden” opgesteld. Het (traditionele) lokale media-aanbod in de Leidse regio is volgens dit rapport de afgelopen jaren afgenomen. De notitie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen in het medialandschap en van de rol die de media en de gemeente kunnen spelen om te zorgen dat de Leidse samenleving adequaat en onafhankelijk geïnformeerd blijft. De notitie schetst een aantal scenario’s, om die situatie te verbeteren. In de vergadering van de Commissie W&M van 25 augustus 2016 is dit onderwerp besproken en heeft uw raad een voorkeur uitgesproken voor het uitwerken van het scenario om een stimuleringsfonds voor de lokale media op te zetten. In de conferentie voor raadsleden en media van 24 februari jl. is de tussenrapportage m.b.t. het onderzoek van de universiteit naar de mogelijkheden voor bedoeld stimuleringsfonds gepresenteerd. Als voorlopige conclusie werd het instellen van een projectenfonds voor de media als zinvol beschouwd. Vooruitlopend op de behandeling van het raadsvoorstel over een lokaal mediafonds reserveert het college € 250.000, zodat bij vaststelling van dit fonds een voortvarende start kan worden gemaakt met de uitvoering. Deze reservering is tevens een belangrijk signaal in de gesprekken die momenteel met andere partijen worden gevoerd over hun eventuele bijdrage aan dit onafhankelijke mediafonds.

8.03 Aanvullende subsidiëring Programmering Vlakkevloer voorstellingen Theater Ins Blau
Tot seizoen 2015-2016 speelde het merendeel van de gezelschappen in Theater Ins Blau op de zogenoemde partage basis. Dit betekent dat het gezelschap, ongeacht het aantal verkochte kaarten, een vooraf afgesproken deel van de recette ontvangt. Het gezelschap is daarmee feitelijk risicodragend. In toenemende mate worden gezelschappen door de fondsen niet meer alleen afgerekend op publieksbereik en artistieke kwaliteit, maar ook op de “eigen inkomsten norm”. Voor gezelschappen is daarmee de “partage deal” geen optie meer. Het financiële risico verschuift hiermee van theatergroep naar theater. Het subsidiebedrag van € 200.000 is hierdoor niet meer toereikend. Om gezelschappen te kunnen blijven programmeren en de gestegen lasten te kunnen blijven dragen is een verhoging van de subsidie met € 35.000,= voor Theater Ins Blau vanaf 2018 noodzakelijk. Het college stelt voor deze gelden vooralsnog incidenteel voor 2018 en 2019 toe te kennen en in de komende tijd te onderzoeken hoe door samenwerking tussen de diverse Podia (de Leidse Schouwburg, de Stadsgehoorzaal, Gebr. de Nobel en Theater ins Blau) deze meerkosten kunnen worden opgevangen binnen de bestaande cultuurbudgetten voor de podia.  

8.04 Verhoging ondersteuning van De Veenfabriek i.r.t. Scheltema
De Veenfabriek heeft voor de nieuwe periode, waarin subsidie is toegezegd door het Fonds voor de Podiumkunsten, gevraagd om een aanvullende bijdrage van de gemeente Leiden. Deze additionele subsidie geeft de Veenfabriek ruimte om met en voor de stad te produceren, de tijd om duurzame samenwerkingen aan te gaan, en de middelen om voor en met de stad Leiden op niveau te produceren. Concreet kan de Veenfabriek met de bijdrage een artistiek coördinator voor twee dagen ‘voor Leiden’ aanstellen, matcht de gemeente de bijdrage van het landelijke Fonds Podium Kunsten voor de -Leidse- Veenproeven, Veennachten en Sleutelwerken, en krijgt het meerjarige Community-art project vorm.

8.06 Contourenplan buitensportaccommodaties
In het contourenplan buitensportaccommodaties wordt in beeld gebracht hoe de gemeente de ruimtebehoefte van de voetbalsport in de komende jaren zo optimaal als mogelijk accommodeert. De ruimtevraag van de hockey-, korfbal- en rugbysport wordt hier ook bij betrokken. Om vervolgens aan de slag te gaan met de uitwerking van het contourenplan worden plankosten gemaakt.

8.08 Realisatie nieuwe IJshal
Het college continueert de subsidiebijdrage van € 340.000 die staat opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan (MIP) 2017 voor een nieuwe ijshal van 250 meter.

Daarnaast wordt in deze kaderbrief € 100.000 extra vrijgemaakt voor de volgende extra kosten:

  1. Een risicoreservering van 10% vanwege te verwachten prijsstijgingen;
  2. Kosten OZB die die nu nog niet in de businesscase zaten.
  3. Een aanvullende subsidie aan de stichting IJshal Leiden. Zij moeten drie jaar langer investeren in onderhoud van de huidige ijsbaan. Daardoor wordt hun beschikbare bedrag voor investering in een nieuwe ijshal lager.

Met deze bijdrage van in totaal € 440.000 is 60% van de financiering voor een nieuwe ijsbaan geregeld. Daarnaast is het college bereid de garantstelling voor de lening op zich te nemen.
Voor de rest van de financiering is een regionale bijdrage nodig van € 176.000. Dit past bij het gegeven dat het hier om een regionale voorziening gaat, immers het merendeel van de schaatsverenigingen komt uit de regiogemeenten.
Tot slot wordt voorgesteld wordt om de bijdrage van € 100.000 voor de exploitatie van de huidige schaatshal nog te continueren tot en met 2019, zodat in afwachting van de nieuwe ijshal geschaatst kan worden