Ga naar boven

Inleiding

Samen met organisaties, bedrijven en inwoners investeert Leiden in kwaliteit en welzijn in en voor deze stad. Die slag willen we ook maken op het gebied van sport en bewegen, door het realiseren van voldoende en kwalitatief goede sportaccommodaties. Deze ambitie uit de sportnota van 2012 richt op de realisatie van een zwembad, een sporthal en een ijshal. Teneinde de door de stad zo gewenste duidelijkheid te bieden over de voortgang hiervan, hebben wij bij ons voorstel aan de gemeenteraad inzake de afweging sportaccommodaties en de gepresenteerde scenario’s in afwijking van onze brief van 8 december 2016 (Z/16/384485) voorgesteld te investeren in nieuwbouw van een zwembad, een topsporthal en een ijshal. Realisatie van het Combibad De Vliet betekent een dringend noodzakelijke vervanging van het 5-meibad en renovatie van het buitenbad in een hedendaags complex dat aansluit bij de huidige behoefte en functionele eisen van recreatie, zwemsport(verenigingen) voor de komende decennia. Realisatie van een nieuwe topsporthal betekent een dringend noodzakelijke vervanging van zowel de 5-meihal én de 3-oktoberhal door een modern complex dat aansluit bij de huidige behoefte en functionele eisen van breedtesport(verenigingen) die in de komende decennia gebruik zullen maken van binnensportaccommodaties, inclusief een op korte termijn noodzakelijke voorziening voor topsport en gebruik in combinatie met het onderwijs (inclusief Leonardo College).

Het behoud van de schaatssport is gelet op het aantal bezoeken per jaar relevant voor het behalen van de doelstellingen uit de sportnota. Gezien de duidelijk aanwezige meerwaarde van nieuwbouw van een ijsbaan ten opzichte van levensduur verlengend onderhoud van de bestaande ijshal, biedt nieuwbouw van een ijshal de meest duurzame en toekomstbestendige invulling. Gezien de grote investeringsopgave die de drie sportaccommodaties voor de stad met zich meebrengen en het feit dat een ijsbaan aantoonbaar een regionale sportvoorziening is, wordt hieraan de voorwaarde verbonden dat óók voor de 250 meter baan een aanvullende regionale bijdrage noodzakelijk is.

Leiden kent een rijk cultureel leven; cultuur is een drijvende kracht voor de ontwikkeling, vitaliteit en levendigheid van de stad. De aantrekkelijkheid van de stad wordt er in belangrijke mate door bepaald, het beïnvloedt op positieve wijze het woonklimaat voor de Leidenaren, het vestigingsklimaat voor ondernemers en de aantrekkingskracht voor nieuwe bewoners en bezoekers. Het college investeert daarom in bestaande culturele initiatieven zoals PS|Theater, Theater Ins Blau, De Veenfabriek, Stadspodia, Gebr. de Nobel en nog velen anderen om deze gezelschappen en instellingen nog toekomstbestendiger te maken. Ook blijven we inzetten op cultuureducatie en het ondersteunen van amateurkunst. Daarnaast is er incidenteel geld beschikbaar voor beeldende kunst in de openbare ruimte. Beeldende kunst in de openbare ruimte heeft de potentie een tsimulerende rol te spelen in het versterken van het stadsprofiel. Het college ziet beeldende kunst in de openbare ruimte daarom als een middel om het stadsprofiel ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ nog steviger verankeren in de haarvaten van de stad. Daarnaast moet het instellen van een stimuleringsfonds voor de media een kwalitatieve impuls geven aan het lokale medialandschap en bijdragen aan het voortbestaan van een pluriform lokaal medialandschap.