Ga naar boven

Ontwikkeling financiële positie 2018-2021

Mee- of tegenvaller/nieuw beleid (-/- = voordeel)

2018

2019

2020

2021

Autonoom

-9.639

-7.607

-6.698

-5.642

Mee/Tegenvaller

7.915

6.353

3.868

2.776

Nieuw Beleid

2.763

2.204

1.996

1.250

Inzet reserves

-2.363

-934

-774

0

Totaal

-1.324

16

-1.608

-1.616

V

N

V

V

Toelichting soorten mutaties:

Autonoom: Onvermijdelijke wijzigingen in inkomsten en/of uitgaven, niet direct door de gemeente Leiden te beïnvloeden. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van de algemene uitkering van het Gemeentefonds en de invoering van de Afvalstoffenbelasting

Mee- en Tegenvallers: Mee- en tegenvallende ontwikkelingen in de lopende beleidsuitvoering, binnen de invloedsfeer van de gemeente Leiden. 

Bijsturing / inzet van reserves: Voorstellen om autonome ontwikkelingen en tegenvallers bij te sturen, dan wel de inzet van reserves als dekking.

Nieuw beleid: Benodigd budget voor nieuwe beleidswensen, in een aantal gevallen voortzetting van beleid, waar nog geen middelen voor zijn gereserveerd

Per programma staan in hoofdstuk 4 de wijzingen per programma opgenomen.

Ontwikkeling per programma:

-/- = Voordeel, bedragen x € 1.000

Prog

Onderwerp

2018

2019

2020

2021

programma's incl. reserves

1

Bestuur en dienstverlening

0

0

0

0

2

Veiligheid

30

159

159

94

3

Economie

522

794

789

421

4

Bereikbaarheid

189

112

112

112

5

Omgevingskwaliteit

244

194

97

105

6

Stedelijke ontwikkeling

1.475

523

23

-178

7

Jeugd en onderwijs

1.708

1.233

1.247

503

8

Cultuur, sport en recreatie

785

289

314

389

9

Maatschappelijke ondersteuning

691

1.185

487

487

10

Werk en inkomen

854

54

54

54

11

Algemene dekkingsmiddelen

-8.407

-5.190

-5.488

-3.911

12

Overhead, Vpb en onvoorzien

586

663

598

308

Subtotaal

-1.324

16

-1.608

-1.616

Verrekening met de concernreserve

1.324

-16

1.608

1.538

Saldo

0

0

0

-78

V

Ontwikkeling saldo na verrekening meicirculaire 2017
De uitkomst van de meicirculaire hebben wij niet kunnen verwerken in deze kaderbrief.

Wel presenteren wij het beeld van de meerjarenraming 2017-2021 inclusief verwerking van de positieve uitkomst van de meicirculaire. Zie verder paragraaf 3.4.2.

Verloop concernreserve (zonder resultaten meicirculaire):

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Mutaties meerjarenbeeld 2017-2020

0

-7.001

5.345

383

1.019

 

Mutaties kaderbrief 2018-2021

0

-2.294

1.323

-15

1.607

1.536

Stand Concernreserve

28.094

18.798

25.467

25.835

28.463

30.000

De Kaderbrief 2018 - 2021 is gebaseerd op de uitkomsten van de jaarrekening 2016, de stand van de concernreserve en de tussenstand van de begroting 2017 zoals opgenomen in de Eerste Bestuursrapportage 2017. Enkele ontwikkelingen uit 2016 werken, structureel of incidenteel, door in de Meerjarenraming 2018 - 2021. Vooral de kostenontwikkeling en kostenbeheersing voor de jeugdhulp heeft onze grote aandacht. De weerslag hiervan vindt u in deze kaderbrief. Daarnaast hebben we de kaderbrief opgesteld op basis van de meest recente informatie over de ontwikkelingen van de gemeentelijke inkomsten. Het gaat hierbij om de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de decentralisatie-uitkeringen, gemeentelijke belastingen en overige inkomsten. Ondanks een aantal tegenvallers presenteren we een sluitend meerjarenbeeld. We kunnen blijven werken aan de ambities die we met de stad hebben.

We hebben vooral te maken met hogere inkomsten vanuit het gemeentefonds (algemene uitkering) dan eerder verwacht. Hierdoor hebben we de komende jaren meer te besteden. In de brief over de septembercirculaire 2016 hebben wij hierover al eerder geïnformeerd. Dit maakt het mogelijk dat we een aantal investeringen in het voorzieningenniveau kunnen uitvoeren. Het gaat dan o.a. om onderwijshuisvesting en de drie sportaccommodaties (het combibad, de topsporthal en de realisatie van een nieuwe ijshal samen met de regiogemeenten). De grote investeringen zijn structureel opgenomen in het financiële meerjarenbeeld. Voor verwachte prijsstijgingen van de bouwkosten hebben wij een risico-reservering opgenomen. Het meerjarenbeeld kent vanaf 2020 een structureel overschot van € 1,3 miljoen.

De verwachte mee- en tegenvallers in de bestaande beleidsuitvoering zijn geïnventariseerd. Voor een aantal van de tegenvallers hebben we mogelijkheden tot bijsturing gevonden. De tegenvallers hebben echter voor een belangrijk deel een autonoom karakter, waarvoor bijsturing op korte termijn niet direct mogelijk of wenselijk is. Het grootste financiële probleem hebben we in 2017. Daarover rapporteren wij in de bestuursrapportage 2017. In 2018, 2020 en 2021 is het saldo positief. Gezien de opgaven waar wij voor staan, vindt het college het niet wenselijk om voor de tegenvallers met een autonoom karakter op korte termijn drastische maatregelen te nemen. Op de lange termijn gaan wij er vanuit dat we de kosten voor bijvoorbeeld jeugd, participatie en bijstand in overeenstemming met de inkomsten kunnen brengen. Enerzijds speelt kostenbeheersing een rol, maar ook het effectief lobbyen op het bijstellen van de verdeelmodellen voor het Sociaal Domein. Vooral het verdeelmodel voor de Jeugdhulp treft ons onevenredig zwaar. Daarnaast zullen we samen met andere gemeenten bij het Kabinet lobbyen op het bijstellen van de budgetten voor het Sociaal Domein.

Na 2021 worden we geconfronteerd met de gevolgen van de afschaffing precariobelasting op ondergrondse leidingen en kabels en het oplopen van de opschalingskorting in het gemeentefonds. Totaal gaat het om € 11,7 miljoen minder per jaar in 2025. Hoe we het wegvallen van de opbrengst precariobelasting van € 7,8 miljoen kunnen opvangen laten wij over aan een nieuw college en raad. De vraag is of u wel of niet bereid bent vanaf 2022 de wegvallende precariobelasting te compenseren met het (gedeeltelijk) verhogen van andere gemeentelijke belastingen of dat u het uitgavenniveau wilt verlagen en/of andere inkomsten en tarieven wilt verhogen. Om te zorgen dat u deze keuzes kunt maken hebben wij aan de algemeen directeur gevraagd in beeld te brengen of en met hoeveel de woonlasten van de Leidse huishoudens, bedrijven en instellingen zullen dalen door afschaffing van de precariobelasting en welke alternatieven daarvoor binnen de gemeentelijke belastingen beschikbaar zijn. Daarnaast hebben wij hem ook verzocht welke taken en welke dienstverlening u tegen welke bedragen zou kunnen heroverwegen.

Met deze kaderbrief houden we meerjarig het weerstandsvermogen op peil en blijft de gemeente Leiden financieel gezond, zonder dat we de realisatie van de gekozen ambities in gevaar te brengen.

Het bovenstaande resulteert in een sluitend meerjarenbeeld voor 2018 - 2021 binnen de financiële kaders van het Beleidsakkoord.

Dat houdt in dat over de periode 2018 tot en met 2021:

  • De meerjarenraming structureel sluitend is;
  • De concernreserve uiterlijk aan het eind van 2021 minimaal € 30 miljoen bedraagt;
  • De onroerendezaakbelasting voor woningeigenaren reëel daalt met 1,5% per jaar t/m 2018;
  • De afvalstoffenheffing en rioolheffing alleen trendmatig stijgen.